Gezondheid en ziekte

Uit Frettenvraagbaak Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Hoe herken ik een gezonde fret?

Om te weten of je diertje misschien iets mankeert moet je wel weten hoe een gezonde fret in elkaar steekt. Pas als je bekend bent met het gedrag en uiterlijk van een gezonde fret kun je beoordelen of het noodzakelijk is om een dierenarts in te schakelen.

De beste manier om daar achter te komen bij je eigen diertje, is veel tijd aan hem of haar besteden en hem goed te observeren. Dat klinkt heel logisch, maar vaak genoeg weten fretteneigenaren geen specifieke vragen te beantwoorden als het noodzakelijk is. Geen twee fretten zijn hetzelfde. Heb je een goede band met je dier, dan kunnen zelfs de kleinste veranderingen opvallen.


Denk er vooral aan dat fretten nog dicht bij de natuur staan en erg stoïcijns zijn. Dat betekent dat ze pijn en ongemak niet snel zullen laten zien. Zwakte in de vrije natuur staat immers gelijk aan de dood.


Tekenen van een gezonde fret

In de regel is een gezonde fret een vrolijk, blij en speels diertje, wat graag ondeugende streken uithaalt. Een aantal kenmerken van de gezonde fret:

  • heldere, schone en glanzende ogen
  • roze en vochtig tandvlees en slijmvliezen
  • schone oren
  • schone neus
  • volle, glanzende vacht, zonder kale plekken of huidschilfers
  • zachte (roze) voetzooltjes
  • onderzoekend en nieuwsgierig gedrag vertonend
  • normale, stevige bruine drollen in de bak. Enigszins afhankelijk van de voeding, maar nooit dun, brijig, hard of vreemd van kleur
  • schone genitaliën en anus
  • normale temperatuur, hartslag en ademhaling


Wanneer kan er iets mis zijn?

Zoals bij alle dieren kan je fret ook iets mankeren. Sterker nog, fretten zijn erg gevoelige dieren die vrij vatbaar zijn voor allerlei aandoeningen, ziekten en niet te vergeten ongelukjes. Een fretje zal niet zo snel laten zien dat het iets mankeert. Soms zijn het erg kleine signalen, soms overduidelijke. Over het algemeen kun je stellen dat je niet al te lang kunt wachten met een dierenartsbezoek als je dier tekenen van gezondheidsproblemen of pijn laat zien. Het zijn kleine diertjes met weinig reserves.

Bij twijfel altijd contact opnemen met een dierenarts met frettenervaring!

Een lijst met dierenartsen vind je in dierenartsen


Frettenkliniek 1.jpg


Tekenen van een ongezonde fret

Er zijn veel signalen die een fretje kan afgeven als het niet lekker in zijn vel zit of iets mankeert. Hieronder alleen een lijstje met enkele algemene tekenen. Meer ziekte gerelateerde tekenen vind je in het desbetreffende medische deel.

  • matte en vieze ogen. In de ogen zie je de gemoedstoestand van je dier. Als hij zich niet lekker voelt zie je dat aan de blik in de ogen
  • slechte vacht (dof, dun, kale plekken)
  • echt droge neus
  • wit tandvlees en slijmvliezen
  • afwijkende ontlasting
  • uitvloeiing uit neus, oor, oog of anus
  • zachte, broze of gescheurde nagels
  • huidirritaties of uitslag
  • vreemd gedrag
  • plotseling gewichtsverlies
  • koorts
  • niet eten of drinken
  • overdreven veel slapen


Tekenen van een fretje in nood

Een fret in nood laat een speciaal gedrag zien, wat in een normale toestand niet voorkomt. Vang je een of meerdere signalen op, neem deze dan serieus en handel direct om de fret uit de noodsituatie te bevrijden. Ga zo nodig direct naar de dierenarts of neem contact met je dierenarts op.

Voorbeelden van noodsignalen:

  • wijd open gesperde ogen
  • schreeuwen, kekkeren of heel snel achter elkaar mokken
  • wegschieten naar een donker plek, meestal ergens in of onder
  • heftig schokken of krampen. Dit kan gebeuren na een (hoge) val, beknelling, elektrische schok of als er op gestapt is, door een hersen of ruggenmerg beschadiging
  • blazen. Normaal blaast een fret om zijn ongenoegen te tonen. Aanhoudend en luid blazen kan pijn of hoge stress aanduiden
  • anaal klieren lozen
  • laten lopen van urine of ontlasting


Tekenen van een fret met pijn

Een fret zal door zijn stoïcijnse natuur niet snel pijn laten zien. Soms is het erg moeilijk om te zien of je fret pijn ervaart. De tekenen die hieronder staan kunnen je misschien helpen met je beslissing of het verstandiger is om contact met de dierenarts op te nemen

  • doffe, matte of geknepen ogen
  • kreunen
  • tandenknarsen
  • samentrekken van de spieren bovenop de kop
  • niet willen eten
  • problemen met kauwen
  • eten uit de mond laten vallen
  • erg kruimelen met brokjes eten
  • moeite met slikken
  • regelmatig platliggen
  • moeite met lopen; kreupelen, wankelen, ledematen niet willen belasten of omhoog houden en uit balans zijn
  • zichzelf niet kunnen wassen
  • overdreven likken of krabben
  • doffe vacht
  • niet kunnen opstaan of gaan liggen
  • steeds op dezelfde kant willen liggen
  • moeite hebben met uitrekken of zich opkrullen
  • geluiden maken bij plassen of poepen
  • wegtrekken bij aanraken
  • (proberen te) bijten bij aanraking op bepaalde plek
  • depressief
  • inactief en sloom
  • niet willen spelen, ook niet met stimulatie
  • gewichtsverlies
  • vreemd gedrag


TIP

Mocht het zijn dat je fret ooit een traumatische ervaring meemaakt, zorg er dan voor dat je zelf rustig en kalm blijft. Fretten voelen je stemming erg goed aan en raken nog gestresster door jouw paniek. Houd je sterk en probeer je diertje zo goed mogelijk te helpen door

  • rustig en met zachte stem te praten
  • het zachtjes te aaien. Al kan het verstandig zijn om uit de buurt van de kop te blijven, omdat een gestresste fret makkelijker kan bijten
  • indien mogelijk de kop of het hele lijf bedekken met een doek of dekentje
  • er gewoon bij blijven. Ook dieren hebben graag een vertrouwd persoon om zich heen in noodsituaties
  • neem het in de nekvel als het dier in paniek is. Een fret in paniek kan zichzelf nog meer verwonden. Bovendien zal er nagekeken moeten worden wat het mankeert. In het nekvel pakken is dan de meest effectieve methode. In het nekvel pakken is normaal gesproken niet pijnlijk.


11886142-ehbo-doos-met-stethoscoop-op-een-witte-achtergrond.jpg

EHBO

Er kan altijd een ongelukje gebeuren of iets aan de hand zijn, waar je als eigenaar of verzorger je fret meteen bij moet helpen. Blijf vooral zelf rustig, praat tegen je fretje en pak het zo nodig in het nekvel. Zorg dat je rustig kunt bekijken wat er aan de hand is en hoe je het beste kunt helpen. Rustig betekent resoluut en overtuigend naar je dier toe zijn, niet alles op je gemakje doen. Zorg dat je het telefoonnummer van je dierenarts altijd bij de hand hebt, programmeer het in je telefoon! Zorg dat eventueel andere loslopende fretjes veilig in hun kooi geplaatst worden. Dan heb je daar geen omkijken meer naar. Roep eventueel hulp in om dat te laten doen.

Het is altijd handig een klein frettenEHBOdoosje thuis te hebben. Daarin kan zitten: een schaar, een pincet, gaasjes, kleine smalle verbandrolletjes en een wat bredere verbandrol, betadine en een potje met wat maizena om een bloedend nageltje te stelpen.

Voor alle gevallen geldt dat het erg belangrijk is om een dierenarts te hebben met ruime frettenervaring. Veel dierenartsen hebben geen ervaring met fretten, of erg minimaal. Er zijn nogal wat typische frettenaandoeningen en medicijnen waar een fret erg slecht op kan reageren en die zelfs schade kunnen toebrengen! Mocht je erg grote spoed hebben en is er geen frettendierenarts in de buurt, laat dan de behandelend arts contact opnemen met een dierenarts met ruime frettenervaring. Een lijst van dierenartsen met frettenervaring vind je hier dierenartsen met frettenervaring .


Abces

Een abces is een zacht, pijnlijk bultje, soms rood of geel gekleurd. Meestal het gevolg van een bijt of snijwond die gesloten is met verontreiniging binnenin (door bacterieën bijv.). Het bultje is gevuld met pus. Een enkele keer kan een graszaadje ook voor een abces zorgen. Abcessen zijn erg pijnlijk en indien onbehandeld kan het voor een uitgebreide infectie zorgen, zelfs een bloedvergiftiging. Uiteindelijk zal je fret het met de dood moeten bekopen. Vermoed je een abces bij je fret, ga er dan zo snel mogelijk mee naar de dierenarts, zodat deze behandeld kan worden. Vaak zal het nodig zijn om een kleine chirurgische ingreep te doen en de wond schoon te spoelen. Daarnaast zal er een antibioticum voorgeschreven worden. Niet alle antibiotica is geschikt voor fretten. Neem contact op met een dierearts met frettenervaring om zeker te zijn van de juiste behandeling.


Aanval/Hypo

Wanneer de hersenen de elektrische impulsen niet meer goed kunnen herleiden ontstaat er een aanval. Dat kan enkele seconden, maar ook minuten lang duren. De oorzaak loopt erg uiteen, het kan gaan van een laag bloedsuiker tot een ernstige oormijt-besmetting aan toe. Er zijn toevallen die heel rustig verlopen en onopgemerkt blijven, maar de meeste hebben een groot impact op de ledematen in combinatie met het verlies van controle van de blaas/darm, watertanden, en braken. Het enige wat je kan doen als een fret een aanval heeft is hem naar een rustige, wat donkere plek brengen. Zorg dat hij zichzelf niet verwond. Houd hem weg van andere huisdieren. Blijf zelf rustig en praat tegen de fret. Na een aanval is je fret moe en uitgeput. Probeer je fret niet tegen te houden tijdens een aanval, maar houd hem wel zo rustig mogelijk en warm. Hij zal verward zijn en door elkaar geschud zijn. Om hem wat te stimuleren om weer tot zijn positieven te komen, doe dan wat honing of druivensuiker op zijn tandvlees. Herhaal dit elke vijf minuten, totdat hij weer een beetje bij komt. Geef hem daarna wat zacht voedsel.


Allergische reactie

Een allergische reactie kan ontstaan door een vaccinatie, een medicijn, voedsel of een (chemische) stof waar je dier mee in aanraking gekomen is. Houd je fret warm (bijv in een deken) en ga er meteen mee naar de dierenarts. Een heftige reactie kan snel dodelijk aflopen! Symptomen kunnen zijn:

  • zwelling in het gezicht, met name in en rond de ogen, lippen en neus
  • uitslag
  • kwijlen
  • diarree
  • bleke slijmvliezen
  • toevallen en heftig trillen
  • zwelling op de entplaats

De dierenarts zal met medicatie en eventueel infuus je diertje er boven op proberen te helpen.


Beknelling

Het kan voorkomen dat je fretje ergens tussen vast komt te zitten. Hetzij doordat het ergens zijn nieuwsgierige neus ingestoken heeft, maar er geen ruimte was voor de rest van het lijf. Hetzij doordat je per ongeluk op een pootje hebt gestapt. Bekijk altijd nauwkeurig of er zwelling gaat optreden nadat je je diertje bevrijd hebt. Heeft het pijn of bloed het ergens? Is dat het geval, neem dan contact op met je dierenarts. Is je fretje bewegingsloos, loopt het duidelijk mank of valt het om? Ga dan met grote spoed naar de dierenarts! Valt het mee, maar is er toch sprake van bijvoorbeeld een beetje zwelling op het pootje, probeer dan zo ver je fret het toelaat, de zwelling te koelen onder een koude kraan of met een coolpad (nooit direct op het dier leggen, maar een doek er tussen).

Bijtwonden

Mensen met fretten hebben vaak ook andere dieren in huis. Vaak gaat alles naar wens, mocht er van agressie onderling sprake zijn dan kan een beet van een ander dier op de loer liggen.

Als je fret wordt gebeten door een ander huisdier, spoel dan de wond direct goed uit met koud/lauw-warm water. Als de wond erg bloed, probeer deze dan voorzichtig met een gaasje of washandje wat dicht te duwen. Ga dan onmiddellijk naar je dierenarts. Een kattenbeet kan gevaarlijk zijn vanwege de hoeveelheid bacteriën in het speeksel, een beet van een kat vraagt vaak om een bepaald soort antibiotica. Is je fret gebeten door een dier in het wild of een verdwaald dier, ga dan direct naar een dierenarts. Het is niet geheel onwaarschijnlijk dat je dier besmet zou zijn geraakt met rabiës(hondsdolheid). Preventief handelen is dan noodzakelijk. Let goed op eventuele veranderingen bij je fret.

Botbreuken

Fretten zijn zeer flexibel en veerkrachtig, maar toch kunnen er beenverwondingen ontstaan die je zonder een röntgenfoto niet kunt herkennen. Houd je fret bij een beenbreuk zo rustig en stabiel mogelijk. Probeer niet zelf vast te stellen wat er aan scheelt, maar ga direct naar een dierenarts. Heeft je fret een gebroken beentje of een gewonde rug, hinkt hij of vertoond hij pijn bij het lopen? Pak hem dan voorzichtig op en leg hem in zijn kooi, bel dan onmiddellijk de dierenarts. Houd je fretje goed warm. Voor het vervoer naar je dierenarts wikkel je je fret in een doek om de ledematen zo stil en stabiel mogelijk te houden onderweg.


Braken

Braken kan worden veroorzaakt door verschillende oorzaken, variërend van slecht voedsel tot een blokkade (verstopping). Soms is er iets in de maag gekomen wat fout uitpakt en de fret doet braken. Houd een brakende fret altijd goed in de gaten. Het braken heeft vaak te maken met maagproblemen of de een of andere achterliggende ziekte. Ontstaat het braken door een blokkade, een haarbal of een ongewenst voorwerp in de maag (rubber of iets dergelijks), dan is spoedeisende hulp noodzakelijk en zal de dierenarts d.m.v. een operatie de blokkade op moeten lossen.


Brandwonden

Hoewel dieren door hun natuurlijke afkeer voor vuur en extreme hitte minder frequent brandwonden oplopen, is het toch nuttig te weten wat te doen als het noodlot toeslaat. Brandwonden kunnen veroorzaakt worden door vuur, straling (bijvoorbeeld zonlicht), electriciteit en chemicaliën. Let altijd goed op je fret in de buurt van open haarden, ovens en bij het roken van sigaretten.

Brandwonden kunnen worden opgedeeld in 3 graden:

  • eerste-graads brandwonden, hierbij zijn slechts de oppervlakkige huidlagen aangetast, toch zijn ze pijnlijk. De huid is rood en licht gezwollen. Als je op de huid drukt wordt ze wit. Na 1 à 2 dagen laat de verbrande huid los.
  • tweede-graads brandwonden, deze dringen dieper in de huidlagen door, zodat de huid blaren krijgt die gevuld raken met transparante vloeistof. Ze zijn zeer pijnlijk.
  • derde-graads verbranding tast de volledige dikte van de huid aan. De huid kan wit zijn of zwart verkoold. Haren komen makkelijk los. Als ook de huidzenuwen zijn beschadigd veroorzaken ze weinig of zelfs geen pijn.

Tijdens contact met een heet voorwerp of vlam wordt een grote hoeveelheid warmte opgeslagen in het weefsel. Deze warmte wordt geleidelijk vrijgegeven aan het omgevend weefsel. De verbranding gaat dus eigenlijk nog een tijdje door nà het contact, ook al was dat slechts van korte duur.

Tijdens en na een operatie is toevoer van warmte meestal noodzakelijk, dit om de fret weer op temperatuur te krijgen of te houden. De dierenarts maakt daarvoor gebruik van een couveuse, die is daarvoor het meest geschikt. Ook kunnen warmtematjes gebruikt worden, maar wees daar voorzichtig mee. Je fret mag immers niet te warm worden, daar kunnen ze immers heel slecht tegen. Regelmatig zal ook de temperatuur van je fret gemeten moeten worden bij het gebruik van een warmtematje. Het zal niet de eerste keer zijn dat een fret door verkeerd gebruik van een warmtemat brandwonden oploopt. Ga hier dus heel nauwkeurig mee om, neem voordat je een warmtemat gaat gebruiken altjd eerst even contact op met een ervaren frettendierenarts voor het nodige advies.

Brandwonden door warmtematje.jpg

brandwonden na het foutief gebruik van een warmtemat


Wat te doen bij brandwonden

Koel de plek met lauwwarm water gedurende minstens 10 minuten. Ga daarna meteen door naar een dierenarts. Gebruik nooit olie, ijs, ijswater of ontsmettingsmiddelen om de huid te koelen daar deze de gekwetste huid alleen maar verder kunnen beschadigen. Een verzachtende brandwondenzalf zoals Flammazine mag wel. Prik blaren niet open. Zie ook [1]

Diarree

Diarree kan een symptoom zijn van vele soorten van ziekten. Inwendige parasieten kunnen de oorzaak zijn, een obstructie of het kan een teken zijn van een dodelijke ziekte zoals leverziekten. Het is zaak de fret met diarree zo snel mogelijk te laten behandelen, omdat veel kostbare vloeistoffen verloren raken omdat het lichaam het voedsel niet langer absorbeert. Als diarree langer dan een halve dag aanhoudt, maak dan een afspraak bij je dierenarts en neem een monster van de ontlasting mee. Hij kan deze dan meteen nakijken.


Electrische schok

Elektrische schokken kunnen vrij hevig zijn en zo mogelijk je fretje doden. Je kan zelf vrij weinig doen, alleen onmiddellijk met je fret naar de dierenarts te gaan. Houd hem tot die tijd warm en zo rustig mogelijk, praat zachtjes tegen je fret, je stem zal hem kalmeren. Een elektrische schok is meestal het vervolg van het kauwen op elektriciteitsdraden. De meeste problemen zullen bij een schok ontstaan in de mond, de tanden en het tandvlees. Houd er rekening mee dat beschadigde snoeren ook brand kunnen veroorzaken. Behandel eerst je fret en bekijk pas daarna de schade aan de snoeren en vervang de aangevreten snoeren onmiddellijk. Zorg dat de fret er nooit meer bij kan.

Homeopathie

Gezonde dieren voelen zich fit en vitaal. Het afweersysteem is in staat om alle processen in het lichaam goed te coördineren en de invloed van ziekteverwekkers is minimaal. Wanneer er gezondheidsklachten ontstaan betekent dit, dat het herstellend vermogen ontregeld of verzwakt is. Soms heeft het lichaam hulp nodig om weer in balans te komen. Homeopathie is een geneeswijze waarbij met medicijnen op natuurlijke basis, niet alleen de klachten worden behandeld, maar ook het zelfherstellend vermogen van het dier wordt gestimuleerd.

Wanneer de fret zich "anders dan anders" gedraagt of er sprake is van een langer durend gedragsprobleem, dan zou homeopathie ook een waardevolle betekenis voor de fret kunnen zijn. Deze problemen kunnen namelijk veroorzaakt worden doordat uw fret zich niet lekker voelt.

Ook kunnen er oorzaken zijn waardoor hij emotioneel gezien uit balans is gebracht. Hierbij kun je denken aan

  • ziekte
  • verhuizing
  • mishandeling
  • overlijden van een maatje
  • angsten
  • etcetera

Huiduitslag

Merk je dat je fret uitslag, bultjes, puistjes of schilfers heeft, neem dan contact op met de dierenarts. Ga niet zelf aan de gang met zalfjes of shampoo's. Die kunnen meer kwaad dan goed doen. Een schilferige, droge huid kan te maken hebben met slechte voeding. Zorg voor een goede voeding met hoge voedingswaarden en voldoende vet. Het kan ook een symptoom zijn van bijnieraandoeningen. Kleine zwarte plekjes op de staart van je fret kunnen 'mee-eters' zijn. Dit als gevolg van vuil en stof wat is blijven plakken aan de vetafscheiding van de huid. Knijp ze nooit uit! Heeft je fret hier last van, was het staartje dagelijks met lauwwarm water en gebruik een wattenbolletje om hiermee over de huid te wrijven en het zacht te maken. Na enkele dagen zal er al verbetering zijn.

LET OP: huiduitslag kan duiden op een besmetting met hondenziekte of een allergische reactie. Neem direct contact op met een dierenarts als dit plotseling optreedt of verergert.

Oogletsels

Door het onderling spelgedrag van fretten kan heel makkelijk oogletsel ontstaan. Ook vreemde stoffen in de ogen zijn altijd mogelijk. Als je fret een kras op het oog oploopt, spoel het oog dan met koud water. Heeft je fret een vreemde stof in het oog of een korrel zand of iets dergelijks, ga dan naar de dierenarts om verdere beschadiging te voorkomen. Oogschade bij je fret vraagt altijd om ervaren deskundige hulp.

Penisbotje

Mannelijke fretten (rammen) hebben op de buik een penis ter de hoogte van de navel. In de penis zit het penisbotje dat de vorm van een J heeft met aan het einde en klein haakje. De mogelijkheid bestaat dat de voorhuid opschuift als een fretje langs gaas of tralies omhoog of omlaag klimt (of een ijzeren trapje af gaat), en aan dit haakje vast komt te zitten aan het gaas of de tralies. Door het vast blijven zitten schrikt de fret en trekt zich los wat gepaard kan gaan met veel pijn, er kan een forse beschadiging (afscheuren van het penisbotje) of bloeduitstorting ontstaan van het omliggende weefsel. Ook kan het gebied eromheen gaan ontsteken rond het gebied dat geiïrriteerd is. Ga direct naar een ervaren frettendierenarts als je fret dit is overkomen om na te laten kijken wat de werkelijke schade is.

Ringworm

Ringworm is een schimmelinfectie en erg besmettelijk, ook voor mensen. Katten kunnen dragers zijn, zonder er zelf last van te hebben. Je kunt het herkennen aan kleine, kale en soms schilferige plekjes over het lichaam of rondom de teentjes. Deze plekjes kunnen groot en rond worden, soms met een rood en korstig oppervlak. Het geeft veel jeuk. Door de grote jeuk kunnen er secundaire huidinfecties ontstaan, vanwege het vele krabben. Ga er mee naar de dierenarts voor de juiste behandeling en behandel alle aanwezige huisdieren mee. Ook als ze nog geen tekenen van besmetting geven. Houd aangetaste dieren apart, draag handschoenen bij het behandelen en was al het beddengoed, mandjes en dergelijke uit op minimaal 60 graden. Sop borstels, kooien en speelgoed met een 1:10 Dettol oplossing. Sporen van ringworm kunnen buiten hun gastheer tot 18 maanden overleven en voor herbesmetting zorgen. Volg de aanwijzingen van de dierenarts over het reinigen en desinfecteren van de leefomgeving.

Shock

In een shock zijn komt meestal als reactie op een eerdere verwonding, ziekte of ernstige angst. Zorg dat je altijd honing, nutri-gel of druivensuiker in huis hebt om dat je fretje te kunnen geven bij problemen. Kenmerken van een Shock zijn:

  • zeer snelle ademhaling
  • sloomheid
  • piepen
  • snelle hartslag
  • bleke neus, huid, oren en (blauwachtig)tandvlees
  • apathie
  • diarree

Je kunt je fret helpen door hem warm en rustig te houden. Rol zijn lichaam in een handdoek, deze mag wat warm gemaakt worden in de magnetron, maar niet te warm! Laat het hoofd van de fret altijd vrij. Praat zacht en geruststellend tegen je fretje en dim de lichten in de kamer. Soms is een beetje honing of nutri-gel op het tandvlees nuttig. Laat hem niet eten of drinken, hij heeft het al moeilijk genoeg om te ademen, er is bijna nooit een slikreflex. Zorg ervoor dat je auto opgewarmd is voor je vertrekt naar de dierenarts. Laat je dierenarts weten welke maatregelen je al hebt genomen en hoe hij daarop reageerde. De dierenarts zal vloeistof gaan toedienen voor een snel herstel. Is de shock ontstaan als gevolg van bloedverlies, dan krijgt hij soms een bloedtransfusie, wat levensreddend kan zijn.



Longworm

Onlangs is in Nederland tijdens een sectie bij een fret longworm (Sobolevingylus skrjabini) gevonden. Deze longworm wordt ook bij de bunzing, de boom- en steenmarter gevonden. Longwormen bij fretten zouden veel vaker kunnen voorkomen dan tot nu toe gedacht werd.

Het is een haarvormige worm van ongeveer 7 tot 10 mm die voornamelijk bij de kat is aangetoond.

Fretten kunnen zich besmetten door het eten van met longworm larven besmette slakken of door het eten van (wilde) muizen, vogels of kikkers die deze slakken hebben gegeten. De door de fret opgegeten larven doorboren de darmwand en gaan via de bloedbaan naar de longen. Daar worden ze volwassen en beginnen na 4 weken met het produceren van eitjes. Deze eitjes komen uit in de longblaasjes waarna de larven worden opgehoest en doorgeslikt en via de ontlasting weer in de buitenwereld komen. De larfjes kunnen worden opgenomen door kikkers, slakken, kleine knaagdieren en vogels, waar ze zich verder ontwikkelen tot besmettelijke larfjes die weer door een volgende fret of kat kunnen worden opgenomen. Zes weken na een infectie kunnen bij katten de eerste larfjes dan weer in de ontlasting gevonden worden.

Waarschijnlijk verloopt een infectie met longworm meestal subklinisch. Dat wil zeggen dat de fret er geen verschijnselen van heeft. Sommige fretten kunnen wel klachten krijgen. Deze klachten passen vaak bij keelontsteking en bronchitis verschijnselen, zoals hoesten en kokhalzen. Bij lichamelijk onderzoek is de keel vaak gevoelig. Er kan veel slijm worden opgehoest.

Bij fretten die hoesten kunnen longfoto’s worden gemaakt maar daar veel fretten afwijkingen in de longen vertonen is dit niet bewijzend. Met onderzoek van de ontlasting is de diagnose wel met zekerheid te stellen. Verse ontlasting wordt ingezet in een zogenaamde Baermann test. Hierbij wordt gekeken of er larfjes in de ontlasting zitten. Vals negatieven uitslagen kunnen voorkomen doordat de fret al klachten heeft voordat de volwassen wormen eitjes hebben gelegd of omdat de larven niet elke dag via de ontlasting worden uitgescheiden. Daarom is het verstandig om een aantal keren deze test te laten uitvoeren. Ook is het mogelijk om larven aan te tonen in sputum monsters die onder narcose uit de keel of luchtpijp worden verkregen.

Longworminfecties bij de kat en fret zijn heel goed te behandelen met een ontwormmiddel. Een pipet Advocate® voor de kleine kat, kan in de nek van de fret gedruppeld worden en is voldoende. De in de longen aanwezige wormen worden hierdoor gedood. Het duurt een paar weken voor het hoesten is verdwenen. Fretten die buiten komen en (naakt)slakken eten kunnen het beste preventief 2x per jaar worden behandeld met dit middel.

Snijwonden

Was de snijwond voorzichtig uit met koud water, om deze vervolgens met een zachte maar stevige druk dicht te duwen. Gebruik daarbij een goed, schoon hygiënisch gaasje of schoon washandje. Als het mogelijk is, draai er dan een verbandje om, maar vooral niet te strak. Je fret kan ook inwendige schade hebben opgelopen die je zelf niet kunt zien, dus een bezoek aan de dierenarts is hier ook wenselijk. Mogelijk is, om geen infectie op te lopen, een antibiotica kuur gewenst. Vergeet niet dat fretten niet veel bloed kunnen verliezen.

Vergiftiging

De behandeling van een vergiftiging hangt geheel af van hetgeen je fret heeft binnen gekregen, wat de geconsumeerde stof was.

Ga direct naar de dierenarts en neem, indien mogelijk, datgene wat je fret gegeten heeft mee zodat de dierenarts een goed beeld krijgt van wat je fret heeft binnengekregen.


Kijk ook bij huisvesting#giftige_planten en huisvesting#giftige_huis-tuin-en-keuken_producten

Zonnesteek

Fretten zijn zeer gevoelig voor een zonnesteek. Een temperatuur van meer dan 26,6 Celsius kan in sommige gevallen dodelijk zijn voor je fret. Met name zieke en oudere dieren zijn erg kwetsbaar. Tekenen van een zonnesteek zijn :

  • zwaar hijgen
  • slijm uit de neus of mond
  • extreme sloomheid
  • verlies van bewustzijn.

De belangrijkste doelstelling is om de temperatuur van je fret naar beneden te brengen, dit moet echter heel langzaam gebeuren, anders riskeer je dat je fret in een schok terecht komt. Een directe afname in temperatuur kan ook leiden tot de dood.

Verlaag de temperatuur van je fret op de volgende manieren:

  • haal de fret onmiddellijk uit de zon en warmte,
  • geef hem wat water te drinken via een lepeltje, behalve als je fret bewusteloos is, dan NOOIT vloeistof toedienen!
  • pak niet te koud water en koel de pootjes van de fret hiermee, ook in de lies en op plaatsen waar minder beharing voorkomt, zoals op de lage buik. Gebruik daarvoor een washandje.

Je kunt de fret ook onderdompelen in lauw water, maar houdt zijn hoofd en de bovenkant (de helft) van zijn lichaam altijd boven water! Het water dat verdampt op de huid zal het lichaam afkoelen en de temperatuur verlagen. Dompel de fret nooit in koud water, de schok zou hem kunnen doden! Je kunt de fret ook af laten koelen met behulp van een ventilator, deze methode is niet zo effectief, maar altijd nog beter dan niets in een noodsituatie. Ga dan onmiddellijk naar de dierenarts. Deze zal extra vloeistof toedienen en zo nodig medicatie en of andere hulp bieden. Neem in warme maanden altijd water mee voor onderweg. Probeer de fret onderweg koel te houden door middel van plastic colaflessen, gevuld met bevroren water in zijn kooi of carrier te leggen. Wikkel de flessen altijd in een handdoek en houd ze in de kooi. Dit is een gemakkelijke manier om het je fret bij warmte zo prettig mogelijk te maken.

Wat goed werkt voor je fret om bij extreme hitte oververhitting te voorkomen is het plaatsen van een airco in de ruimte waar je fretje het meeste zit. Helaas is niet iedereen in het bezit van een airco, er is echter wel een manier om de temperatuur in je kamer toch wat te verlagen door middel van een ventilator en bevroren ijs. Wat je nodig hebt zijn een ventilator en 4 flessen bevroren water per ventilator. Leg de 4 flessen water in de diepvries totdat deze volledig bevroren zijn. Zet de ventilator aan en zet twee van de vier bevroren flessen water voor de ventilator. Als de twee flessen zijn ontdooit wissel je deze om tegen de andere twee bevroren flessen in de vriezer en leg je de ontdooide weer terug, zo blijf je steeds reserves houden.

Ziekten en aandoeningen

Aleutian Disease

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


In 2005 bleek dat uit Nieuw Zeeland geimporteerde fretten vrijwel allemaal besmet waren met het Aleutian Disease virus. Velen stierven op jonge leeftijd. Het virus kon zich in Nederland en de rest van Europa verspreiden doordat de dieren pas na maanden (soms jaren) ziek werden. Dankzij de samenwerking tussen de Frettenkliniek, de frettenverenigingen (met name de financiele steun van Stichting de Fret), de opvangcentra, de fokkers, het C.F.E. (Cooperatie van Fokkers van Edelpelsdieren) en dierenartsen konden we de ziekte in Nederland al na een paar jaar onder controle krijgen. Op dit moment lijken er nog slechts enkele geisoleerde fretten met deze aandoening in Nederland aanwezig.


De oorzaak

De ziekte wordt veroorzaakt door het Aleutian Mink Disease Virus (ADV), dit is een Parvovirus dat de nerts, fret en andere marterachtigen kan infecteren. Het virus is in de verte verwant aan het honden en katten Parvovirus maar heeft een geheel andere structuur. Er zijn vijf nertsenstammen en tenminste drie frettenstammen geisoleerd. Er wordt aangenomen dat de fretten stammen variaties (mutanten) zijn van het nertsvirus. Het lijkt er op dat de ene stam meer schade kan aanrichten dan de andere stam en dat er dus net als bij griep een verschil in virulentie kan bestaan. Diverse uitbraken van Aleutian disease zijn beschreven in Amerika, Canada, Japan en Engeland.


Het verloop van de ziekte

Er wordt algemeen aangenomen dat besmetting plaats vindt via direct en indirect contact met lichaamsvloeistoffen als bloed, speeksel, urine en ontlasting. Het is gebleken dat intensief contact nodig is om de ziekte te verspreiden. Het kan een aantal maanden tot wel een paar jaar duren voordat een fretje ziek kan worden na een besmetting met het Aleutian Disease virus. ADV veroorzaakt een enorme toename van antilichamen (afweer) in het bloed. Normaliter moeten deze antilichamen het virus onschadelijk maken maar om onbekende redenen doen zij dit niet. Deze antilichamen kunnen bij fretten "immuuncomplexen" vormen welke neerslaan in diverse organen ( o.a. nieren, lever, galwegen, ruggenmerg, maagdarmkanaal, bloedvaten en blaas). Hierdoor ontstaan ontstekingen in deze organen. Als er een milde ontsteking aanwezig is dan lijkt de fret redelijk normaal. Bij een ernstige ontsteking zal het fretje ziek worden en symptomen vertonen afhankelijk van welke organen zijn aangetast. Daarnaast veroorzaakt het virus een verzwakking van de afweer waardoor het fretje minder weerstand heeft tegen andere infecties.


De symptomen

In Nederland werden de meeste geinfecteerde fretten (CIEP test positief) ook daadwerkelijk ziek maar de symptomen konden sterk varieren. De ziekteverschijnselen zijn sterk afhankelijk van de plaatsen in het lichaam waar de immuuncomplexen een ontsteking veroorzaken. Plotselinge sterfte van dieren in een goede conditie zonder voorafgaande ziekteverschijnselen is mogelijk.

De meeste fretten zijn echter al een tijdje ziek en vertonen in hoofdlijnen een van de twee volgende ziektebeelden:

1. Chronisch progressief verlopende ziekte" waarbij het dier langzaam maar zeker steeds zieker wordt met verschijnselen als: gewichtsverlies, slechte vacht, lusteloosheid en slechte eetlust. Bloedarmoede en bloed in de ontlasting kunnen aanwezig zijn. De meeste fretten ontwikkelen uiteindelijk een slechte lever- en nierfunctie. Bij fretten met AD zijn tevens oogontsteking, longontsteking en hartproblemen mogelijk.

2. Neurologische problemen beginnend met zwakte of verlamming van de achterhand. Deze kan zich uitbreiden naar voren. Soms treedt herstel op van de neurologische symptomen. Het is belangrijk om te beseffen dat bovenstaande symptomen ook heel goed bij andere ziekten van de fret aanwezig kunnen zijn. Het is daarom absoluut onmogelijk om op basis van louter de symptomen de diagnose te stellen!


De diagnose

Een definitieve diagnose is tijdens het leven niet te stellen. Er zijn wel verschillende testen beschikbaar die een sterke aanwijzing kunnen geven dat een fret is besmet met ADV:

1. Eiwit-elektroforese van bloed. Sommige fretten met Aleutian Disease vertonen een stijging van een bepaalde eiwitfractie (gammaglobulinen) in het bloed.

2. De CIEP (of CEP) test van bloed. Deze Counterimmunoelectroforese test toont antilichamen aan tegen ADV in het bloed. De test is zeer betrouwbaar en wordt reeds jarenlang gebruikt voor de diagnostiek bij nertsen en fretten over de hele wereld. Deze test bleek van veel waarde bij het aantonen en de verspreiding van de ziekte in Nederland. Dieren met een positieve CIEP test bleken voor het overgrote deel uiteindelijk allemaal ziek te worden.

3. DNA in situ hybridisatie test. Hierbij wordt het DNA aangetoond in de cellen alwaar het een ziekelijke verandering heeft veroorzaakt. De test is erg gevoelig en toont aan dat het dier inderdaad ziek is geworden door het Aleutian virus. De test is 100% betrouwbaar. Deze test is in Nederland niet aanwezig, wel in Amerika. De eerste Nederlandse monsters zijn dan ook naar Amerika verstuurd voor een duidelijke definitieve diagnose op weefsel van gestorven dieren.

De testen 1-2 tonen slechts aan dat het dier in contact is geweest met virus. Fretten kunnen jarenlang drager zijn voordat ze ziek worden, al die tijd zijn ze helaas wel een mogelijke bron van infectie voor andere fretten. Weefselonderzoek door de patholoog (van weefselbiopten of een postmortale sectie) kan een waarschijnlijkheids diagnose geven. In combinatie met een positieve CIEP test en uitsluiting van andere oorzaken van ziekte, kan dit na de dood van het dier wel een zeer sterke aanwijzing zijn voor Aleutian Disease. Testen die gebruikt worden voor het aantonen van het honden Parvovirus zijn niet betrouwbaar voor het aantonen van ADV bij fretten. Fretten met een tatoeage op de buik van Mystic Ferrets (zoals op bijgaande foto) bleken vaak het ADV virus bij zich te dragen.


De behandeling

Er bestaat géén behandeling voor deze ziekte. De fretten kunnen eventueel ondersteund worden met speciale voeding, ontstekingsremmers en antibiotica. De omgeving (in een huishouden) is vaak moeilijk te ontsmetten. De aanbevolen middelen (10% natronloog of parvocide desinfectantia) zijn vaak erg agressief om in een woning te gebruiken. Bij nertsenfarms is bekend dat het ADV virus langdurig in de omgeving kan overleven.


Preventie

Er is geen vaccin beschikbaar. Fretten die positief zijn met de CIEP test kunnen het beste geisoleerd worden. Dat wil zeggen dat ze niet in contact dienen te komen met andere fretten dan die van het huishouden waar ze in leven. Dus niet meenemen naar frettendagen. Deze dieren hoor ook niet thuis in een frettenopvang of pension vanwege het grote besmettings risico. Het lijkt niet zo zinvol om ze in het huishouden waar ze leven apart te houden van de andere fretjes. Die hebben immers al lang contact gehad met de positieve fret. Hoewel het blijkt dat fretten hun eigen Aleutian virus stammen hebben is het toch niet verstandig om fretten te huisvesten in de buurt van nertsen.


Wanneer testen met de CIEP test

Pups kunnen getest worden vanaf vanaf 4 maanden leeftijd. We testen vanaf die leeftijd omdat het immuunsysteem dan pas goed is ontwikkeld. Na de Nobivac Puppy DP enting kan het beste een maand worden gewacht. Er bestaat een heel kleine kans dat de test hierdoor wordt beinvloed. Fretten die uit het buitenland worden geimporteerd adviseer ik om zowel in het land van herkomst als in Nederland te laten testen met de CIEP test.

Ontsteking in AD nier Small.jpg

Ontstoken nier


Tattoo fret.jpg

'Mystic Ferret' fret met tatoeage

Anaalklier problemen

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen.


Dat een fretje een bepaalde geur bij zich heeft, is de fretten-liefhebber wel bekend. Sommige mensen vinden dat stinken, zelf vind ik de geur wel prettig. Het schijnt dat deze geur (sterk verdund) ook wel in parfums wordt gebruikt.


Functie van de anaalklieren

Helaas zijn er echter ook fretjes die een wel erg penetrante geur verspreiden. Deze fretjes zijn òf nog niet gecastreerd òf ze laten hun anaalklieren lopen òf beide. Anaalklier-vocht is bedoeld om het territorium af te bakenen. Er wordt als het ware een geurvlaggetje neergezet met de bedoeling dat andere fretten weten dat dit is het terrein is van de betreffende fret. Het "sleetje rijden" dat sommige fretjes kortdurend doen nadat ze op de frettenbak zijn geweest, is bijvoorbeeld ook markering van hun terrein waarbij wat anaalkliervocht wordt achtergelaten. Dit markeren gebeurt vaker bij ongecastreerde mannetjes omdat zij door hun opspelende hormonen een behoorlijke territorium-drift kunnen ontwikkelen. Daar de fret van nature geen groepsdier is, is dit gedrag een belangrijk onderdeel in de verdeling van de leefruimte. Het legen van de anaalklieren tengevolge van angst komt bij fretjes slechts zelden voor.

In Amerika worden de anaalklieren al op 6 weken leeftijd verwijderd tezamen met castratie of sterilisatie. Amerikanen houdenvan gemak. Er wordt een standaard huisdier verkocht dat in ieder geval niet terug gebracht hoeft te worden ivm onwelriekend ruiken. In Nederland is het verwijderen van anaalklieren wettelijk verboden tenzij er een diergeneeskundige reden voor is. Hoewel ik vind dat de Amerikanen naar mijn idee wel iets te graag het chirurgisch scalpel hanteren, zit er mogelijk wel een klein voordeel aan deze methode. Met het verwijderen van de anaalklieren ontneem je de fret een mogelijkheid tot communicatie; tot markering oftewel tot het afbakenen van zijn terrein. In (te) grote groepen zou dit mogelijk voor een vermindering van stress kunnen zorgen.


Ontsteking van de anaalklieren

Regelmatig wordt mij gevraagd of de hazelnoot grote knobbels naast het poepgaatje bij de fret niet veel te groot zijn en of de anaalklieren misschien zijn verstopt. De fret is echter familie van het stinkdier en behoort grote anaalklieren te hebben. De klieren liggen naast de anus op vier en op acht uur en monden met een klein kanaaltje uit op de overgang van het anusslijmvlies en de huid.

De anaalklieren van de fret kunnen net als bij de hond ontstoken raken en dan gaan lekken, dat is voor zowel u als eigenaar als de andere fretten in de kooi géén prettige gewaarwording. Het stinkt behoorlijk. Honden likken vaak aan ontstoken anaalklieren, fretjes doen dat veel minder. Het bekende "sleetje rijden" waarbij het fretje met de anus over de grond schuurt kan behalve markering na het poepen ook een teken van jeuk aan de anaalklieren zijn. Indien dit gedrag echter optreed zonder dat u regelmatig de anaalklieren ruikt hoeft zich daar over het algemeen geen zorgen over te maken. Een heel enkele keer kan een ontstoken anaalklier ook pijn geven bij het poepen en maakt het fretje een kreunend geluid. Dit moet echter niet verward worden met het persen op urine of ontlasting dat door heel andere oorzaken wordt veroorzaakt. De oorzaak van het ontstoken raken van deze klieren is nog onbekend.


De behandeling van ontstoken anaalklieren

Ontstoken anaalklieren kunnen het beste worden geleegd door de dierenarts. Daar deze klieren erg groot zijn en erg stinken kan dit het beste buitenshuis gebeuren. De inhoud hoort een geelwitte kleur te hebben. Pus en ontstekingsmateriaal kunnen dezelfde kleur hebben als de normale inhoud. Hierdoor is het vaak moeilijk om aan de hand van de inhoud te bepalen hoe erg de klieren zijn ontstoken. Bij een ontsteking komt er vaak wel wat bloed mee. Indien de anaalkieren goed geleegd zijn heeft het fretje gedurende korte tijd een wat beurse anus.

Fretjes vinden het geforceerd legen van hun anaalklieren absoluut niet leuk. Indien het dus moeilijk gaat, is het wel zo (dier)vriendelijk om het fretje even te verdoven met een kortdurende gasnarcose. Bij heftig verzet is het namelijk ook niet mogelijk de anaalklieren volledig leeg te maken, hetgeen wel noodzakelijk is voor een goed herstel. Ongecastreerde mannetjes kunnen beter eerst worden gecastreerd bij anaalklierproblemen, meestal zijn bij deze jonge dieren de anaalklieren niet ontstoken maar gebruiken ze hun klieren gewoon te veel om hun territorium af te bakenen.

Na het legen van de anaalklieren is een kuur met antibiotica (bijvoorbeeld Synulox®) gedurende twee weken bij de meeste fretten voldoende om de ontsteking te genezen. Synulox® is verkrijgbaar in druppels en in tabletvorm. Synulox druppels® vinden veel fretjes niet erg lekker, ondanks dat er "smakelijke druppels" op de verpakking staat. Veel makkelijker is het om de tabletten gedurende 5 minuten op te lossen in een paar druppels water waarna dit door het "Waltham papje", Ferrettone, boter of iets anders lekkers kan worden gemengd. Het "Waltham papje" heeft als officiële naam: Royal Canin Feline Instant Convalescence Support® van de firma Waltham. Het is een hersteldieet voor zieke of geopereerde katten. Fretjes vinden het over het algemeen heerlijk en het is ideaal om er medicijnen door te mengen.

Slechts in uitzonderlijke gevallen is het chirurgisch verwijderen van de anaalkieren noodzakelijk. Daar de anaalklieren vlakbij de anale kringspier liggen is het we belangrijk dat dit op een chirurgisch correcte manier gebeurt anders kan het zijn dat het fretje na de operatie de ontlasting niet meer kan ophouden en overal zijn poepjes deponeert.

Frettenreet2.jpg

Positie van de anaalklieren bij de fret


Anaalkliertumoren

Anaalkliertumoren komen slechts zelden voor, dus maakt u zich niet te snel zorgen als u grote harde knobbels ontwaard naast de anus. Indien een fretje is vermagerd vallen deze extra op. Anaalkliertumoren kunnen afhankelijk van hun grootte en geaardheid soms geopereerd worden.

Beenmergdepressie

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


Een vrouwtje is loops van ongeveer maart tot augustus. Als zij niet gedekt wordt waardoor ze uit de loopsheid komt, blijft ze maandenlang onder invloed van oestrogenen (vrouwelijke hormonen). Deze oestrogenen zijn echter op de lange duur schadelijk voor de gezondheid van het vrouwtje.

Er ontstaat een depressie (onderdrukking) van het beenmerg waardoor het beenmerg onvoldoende belangrijke bloedcellen produceert voor het fretje. Hierdoor is het fretje gevoeliger voor ontstekingen, ontstaat bloedarmoede en kunnen bloedingen ontstaan. De aandoening kan ook voorkomen bij een gesteriliseerd vrouwtje waarbij een stukje eierstok is blijven zitten of bij een fretje met een bijnierprobleem.


Symptomen

Het opgezette vrouwelijke geslachtsorgaan is zichtbaar als een koffieboontje net onder de anus. Soms is er een vaginale uitvloeiing die kan varieren van waterig tot pure pus. Door de bloedarmoede zijn de neus en de slijmvliezen in de bek bleek van kleur. Meestal is het diertje behoorlijk wat gewicht verloren. Een symmetrische kaalheid kan zichtbaar zijn aan de staart en onder de buik maar deze kan zich ook verder over het lichaam verspreiden. In ernstige gevallen is het fretje lusteloos en wil niet meer eten. Er kunnen bloedingen optreden in de huid of in het maagdarmkanaal. Door bloedingen in het ruggenmerg of de hersenen kunnen neurologische klachten ontstaan.

Dit ziektebeeld is al mogelijk na 1 maand loopsheid maar zal zich vaker pas aan het einde van de loopsheid openbaren. Loopse vrouwtjes kunnen vanaf 2 maanden na het begin van de loopsheid ten gevolge van beenmergdepressie overlijden. Meestal duurt het wat langer voor er ernstige problemen ontstaan en sommige fretjes zijn jaar in jaar uit loops zonder al te grote problemen.


Diagnose

De diagnose kan gemakkelijk gesteld worden aan hand van de ziekte historie en de ziekteverschijnselen. Eventueel kan bloedonderzoek gedaan worden om de bloedarmoede en het tekort aan witte bloedcellen aan te tonen.


Behandeling

Als de conditie van het fretje het toelaat, is een sterilisatie de beste oplossing. Het diertje knapt dan snel weer op. Bij een erg zieke fret kan het narcoserisico te groot zijn. Dan kan eerst geprobeerd worden het fretje met behulp van medicatie uit de loopsheid te halen.

Een ondersteunende behandeling met o.a. infuus of zelfs bloedtransfusie kan dan noodzakelijk zijn. Als het fretje weer min of meer is hersteld kan het alsnog gesteriliseerd worden.


Preventie

Vrouwtjes waar niet mee gefokt wordt, kunnen het beste gesteriliseerd worden op 6-8 maanden leeftijd. Alternatieven zijn; het inbrengen van een implantaat, het fretje laten dekken of een antiloopsheid injectie. Een nadeel van een antiloopsheidinjectie is de kans op afwijkend gedrag en irritatie van de huid en het onderliggende weefsel op de plaats van injektie.

7.jpg

Langdurig loops fretje

Besmettelijke luchtwegaandoeningen bij fretten

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


De luchtwegen en longen van de fret lijken erg op die van de mens. Fretten staan dan ook vaak model voor humaan onderzoek naar virussen van de luchtwegen. Er zijn echter wel een aantal anatomische en fysiologische verschillen.

Bijzonderheden in de anatomie van de luchtwegen

De neusholte van fretten is, zoals bij alle zoogdieren behalve de primaten (waaronder de mens), gebouwd om goed te kunnen ruiken. Dit reukorgaan vereist een complexe neusholte met veel plooien om het oppervlak te vergroten. Heel belangrijk voor deze dieren die territoriaal ingesteld zijn en via geuren hun territorium markeren. Door de bouw van het strotklepje ten opzichte van het zachte verhemelte ademen fretten voornamelijk door hun neus. Slechts als ze zeer benauwd zijn of hun neus verstopt is door slijm, snot of zwelling van het neusslijmvlies, ademen ze via de bek.

De longen bestaan aan de linker zijde uit 2 grote long lobben en aan de rechterzijde uit 4 long lobben. De longen van fretten zijn erg gevoelig voor virussen en prikkelende agentia in de lucht zoals nicotine van rokende mensen of de geuren uit bijvoorbeeld luchtverfrissers.

De borstholte is makkelijk samen te drukken waardoor een fretje in een smalle doorgang (zoals een konijnengang) zich 180º om kan draaien. De totale longcapaciteit van een fret is groot. De longcapaciteit van een 600 gram wegend fretje is gelijk een die van een 4x zo zwaar konijn. Deze twee aanpassingen maken een fretje geschikt om met succes ondergronds te jagen.

De normale ademhalingsfrequentie van een fret in rust ligt rond de 30/min. Deze kan verhogen bij inspanning of aandoeningen van de luchtwegen of longen.

Fret met griep.jpg

Tranende ogen bij een fret


Griepvirussen

De fret is het enige huisdier dat gevoelig is voor de griepvirussen van de mens. Ze worden dan ook regelmatig door hun eigenaren geïnfecteerd. En geïnfecteerde fretten kunnen op hun beurt weer mensen besmetten. Vooral afgelopen winter hebben veel fretten te lijden gehad onder de griepinfecties van hun verzorgers. De verschijnselen zijn vergelijkbaar met die van de mens. Een vochtige neusafscheiding, niezen, hoesten, tranende ogen, koorts (vaak een enkele koorts piek in het begin), slechte eetlust en algehele malaise. Sommigen fretten hebben ook een gevoelige of pijnlijke keel waardoor het eten van harde brokjes lastiger gaat. Ook kunnen ze kokhalsbewegingen laten zien. De meeste fretten zijn binnen een paar dagen weer hersteld.

De infectie kan zich in enkele gevallen uitbreiden naar de longen waardoor een longontsteking ontstaat en de dieren behoorlijk ziek kunnen worden. Een andere complicatie, die het afgelopen jaar regelmatig voorkwam, is een secundaire ontsteking van de nieren. Mogelijk dat bacteriën en/of virussen via het bloed in de gevoelige nieren van de fret kunnen aanslaan en daar ontstekingshaarden veroorzaken. Meestal is de functie van de nieren, waaronder het verwijderen van de afvalstoffen uit het lichaam, niet verstoord. De nieren zijn wel erg pijnlijk waardoor het fretje vaak “plat” gaat liggen en duidelijk minder speels is. Een dergelijke ontsteking moet behandeld worden anders is er in een later stadium wel degelijk een risico op een verminderde of falende nierfunctie.

De behandeling van een normale griepinfectie bestaat uit antihistaminica, eventueel hoestremmers en antibiotica om te voorkomen dat er een bacteriële infectie overheen komt. Tevens is het geven van zacht en zeer smakelijk voedsel zoals het “Waltham papje” (Royal Canin Instant Convalescence Support) aan te raden. Het geven van koortsverlagende/pijnstillende medicatie zoals NSAID’s (Meloxicam) is bij deze infectie niet altijd aan te raden. De koorts is juist nuttig om het virus te bestrijden.

De behandeling van complicaties van een griepinfectie zoals een longontsteking of nierontsteking, is uitgebreider en vereist soms een opname in de kliniek. Eigenaren die de griep hebben kunnen de verzorging van hun fretten beter tijdelijk overlaten aan gezonde medebewoners, hoewel het vaak lastig is om ondanks alle voorzorgen een besmetting te voorkomen.

Fretten zijn ook erg gevoelig voor het beruchte Vogelgriep virus en de Mexicaanse griep. Van deze Mexicaanse griep is bekend dat 10% van de fretten sterft ondanks behandeling. Antibiotica heeft weinig effect bij de Mexicaanse griep omdat het virus zelf grote schade aanricht in de longen. Een secundaire bacteriële infectie ontstaat namelijk pas na 7-8 dagen.


Kennelhoest

De afgelopen jaren was ik soms door fretten eigenaren benaderd over het verschijnsel dat hun hond kennelhoest had gehad en nu was hun fret behoorlijk aan het hoesten en niezen. Sinds kort weet ik dat de Bordetella bronchiseptica bacterie, die een rol speelt bij kennelhoest van honden, wel degelijk ook bij fretten een longontsteking kan veroorzaken. Deze Bordetella bacterie is soms lastig te behandelen. Ook hierbij geldt dat het verstandig is om fretten bij een hond met kennelhoest uit de buurt te houden.

Hondenziekte virus Het hondenziekte virus is vrijwel altijd fataal voor een fret. Het virus wordt overgebracht door besmette honden of besmette fretten. De aandoening geeft in eerste instantie klachten die erg lijken op een infectie van het griepvirus. Fretten die dit eerste stadium overleven overlijden vervolgens na een paar weken in de neurologische fase. Een behandeling is niet mogelijk.

Preventie doormiddel van een enting met het “Nobivac Puppy DP” vaccin werkt uitstekend. De eerste vaccinatie altijd herhalen na 3-5 weken, daarna jaarlijks herhalen. Het veld virus bleek bij de laatste Hondenziekte uitbraak niet aan te slaan bij fretten die tot 1,5 jaar daarvoor waren geënt.

De moraal van het verhaal is dat fretten erg gevoelige luchtwegen hebben en gemakkelijk besmettelijke virussen en bacteriën van de mens, hond en andere fretten kunnen overnemen. Om dit te voorkomen kunnen hoestende, kuchende, snotterende mensen, honden en andere fretten beter tijdelijk even uit de buurt van een gezonde fret blijven.

Bijnierproblemen

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


Bijnieren zijn twee kleine orgaantjes die vlak bij de nieren liggen, maar daar verder weinig mee te maken hebben. Ze produceren hormonen die belangrijk zijn voor de stofwisseling van het dier. Bij veel fretten vanaf 3 jaar leeftijd ontaarden de bijnieren. Deze ontaarde bijnieren zullen op een gegeven moment teveel geslachtshormonen produceren (androgenen, oestrogenen en progesteron). Deze overmaat aan hormonen maken het dier ziek.

Bij de meeste fretten wordt het bijnierprobleem in het beginstadium veroorzaakt door een goedaardige ontaarding. Bij enkele fretten kan zich hieruit uiteindelijk een kwaadaardige ontaarding (tumor) ontwikkelen.


Ziekteverschijnselen

Bij de meeste fretten wordt het bijnierprobleem in het beginstadium veroorzaakt door een goedaardige ontaarding. Bij enkele fretten kan zich hieruit uiteindelijk een kwaadaardige ontaarding (tumor) ontwikkelen.


Symptomen (in volgorde van frequentie van voorkomen):

  • Kaalheid wordt het meest waargenomen, meestal min of meer symmetrisch op de romp, kop of aan de poten. Fretten kunnen vrijwel helemaal kaal worden. Niet verwarren met het "kale staarten syndroom" in de zomer waarbij alleen de staart kaal wordt.
  • Droge, dunne vacht.
  • Jeuk, dit is een enkele keer het enige wat de eigenaar aan het fretje merkt. Veel fretten hebben regelmatig last van jeuk zonder dat er sprake is van een bijnierprobleem. Blijft de jeuk echter aanhouden of wordt deze steeds erger dan kan bij een oudere fret wel degelijk sprake zijn van een afwijkende bijnier.
  • Gezwollen vrouwelijk geslachtsorgaan bij een gesteriliseerd vrouwtje.
  • Sexueel gedrag bij gecastreerde of gesteriliseerde fretten. B.v. een mannetje dat weer gaat dekken of een vrouwtje dat gaat slepen met andere fretten.
  • Toegenomen lichaamsgeur. Door de geslachtshormonen neemt de vetsecretie van de huid toe.
  • Minder speels, meer slapen.
  • Gewichtsverlies
  • Moeite met plassen bij mannetjes. Door de hormonen wordt de prostaat vergroot en deze drukt het lumen van de plasbuis dicht. Dit is een levensgevaarlijke situatie. Ook dit kan soms het enige verschijnsel zijn.


Niet alle verschijnselen zijn bij elke fret waarneembaar. Het kaal worden valt wel het meeste op en is bij 60% van de fretten met een bijnierprobleem aanwezig

Bijnier aandoening.jpg


Diagnose

De diagnose wordt gesteld aan de hand van de symptomen, een uitgebreide buikpalpatie (het betasten van de organen in de buik) en bloedonderzoek. Voor dierenartsen die minder bedreven zijn in het palperen van de buik kan een echo van de buik nodig zijn. Echter, de bijnieren zijn meestal zeer klein en kleine afwijkingen zijn niet goed zichtbaar met de echo. Ook kan de echo niet het verschil in hardheid en stevigheid aantonen wat ontstaat bij een beginnende afwijking.


Hoe komt het dat fretten last hebben van ontaarde bijnieren?

Er zijn aanwijzingen dat de hersenen (hypothalamus/hypofyse) bij het ouder wordende fretje hormonen gaan produceren die de bijnieren overmatig stimuleren. Door deze stimulatie gaan de bijnieren vervolgens te veel geslachtshormonen produceren. Deze overmaat aan geslachtshormonen maken het fretje ziek door hun inwerking op bijvoorbeeld de huid, geslachtsorganen, het beenmerg en de prostaat.

Aangezien de hormonen van de hersenen op beide bijnieren effect hebben, zijn meestal beide bijnieren aangetast. Vaak geven ze pas na elkaar problemen. Hierdoor zal na het verwijderen van een enkele bijnier bijvoorbeeld pas een jaar later de andere bijnier problemen gaan geven.

De oorzaak is helaas nog niet opgehelderd, maar er wordt wel onderzoek naar gedaan. De Universiteit van Utrecht bekijkt momenteel de rol van castratie/ sterilisatie van jonge fretten met betrekking tot het ontstaan van bijniertumoren.


Wat is de beste behandeling?

  • Een hormoonimplantaat: De beste behandeling van een bijnierprobleem is de (levenslange) behandeling met

implantaten.

  • 2.Chirurgie: Chirurgie van de bijnier wordt in de Frettenkliniek alleen nog maar gedaan als het implantaat onvoldoende effect heeft. Of indien de aangetaste bijnier snel groeit en duidelijk veel groter wordt.


N.B. Het is belangrijk dat deze operatie alleen wordt uitgevoerd door hierin gespecialiseerde dierenartsen welke over de juiste kennis en speciaal instrumentarium beschikken. De rechter bijnier zit namelijk vast aan de achterste holle ader. Het verwijderen van deze bijnier is een moeilijke procedure en kan bij onvoldoende ervaring of onjuiste chirurgietechniek tot dodelijke bloedingen of onvoldoende wegname leiden.


Het voorkomen van bijnierproblemen

Op dit moment loopt een onderzoek aan de Universiteit te Utrecht waar door middel van hormoonimplantaten jonge fretten zijn gecastreerd en gesteriliseerd. Het is te verwachten dat deze fretten later minder last krijgen van bijnierproblemen. Maar er is nog niets zeker en het onderzoek zal nog enige jaren duren.


Om bijnierproblemen te voorkomen is er ook de mogelijkheid om bij gezonde gecastreerde en gesteriliseerde fretten een implantaat te zetten vanaf de leeftijd van 5 à 6 jaar.

Beginnende kaalheid bijnierprobleem.jpg

Een beginnende kaalheid op de rug boven de staartbasis bij een fret met een bijnierprobleem

Doofheid bij fretten

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


Doof fretje.jpg


Welke fretten zijn doof:

1. Doofheid komt veel voor bij fretten met bijzondere witte aftekeningen zoals:

  • De Panda fret: een volledig witte kop met vrijwel geen masker.
  • De Blaze fret: witte vlekken of strepen op de kop.
  • De Polkadot fret: witte vlekken over het gehele lichaam.
  • De DEW (Dark Eye White) fret: een grotendeels witte fret (als een albino) met donkere ogen, soms met een donkere staart of een donkere streep over de rug.

Deze doofheid is aangeboren en erfelijk bepaald. De meeste dove fretten vallen binnen deze groep.

2. Doofheid komt voor bij fretten met een ernstige chronische middenoorontsteking door aantasting van het trommelvlies en/of de hier achter liggende gehoororgaantjes. Totale doofheid beiderzijds komt hierbij zelden voor. Meestal gaat het om een verminderde gehoorfunctie.

3. Doofheid kan een enkele keer ontstaan na het gebruik van bepaalde medicijnen zoals antibiotica die behoren tot de groep van de aminoglycosiden (oa. Gentamycine). Deze medicatie kan doofheid veroorzaken of het nu via tabletten, per injektie of direkt in het oor wordt gegeven. Ook het gebruik van oor-preparaten kunnen het binnenoor beschadigen als het trommelvlies niet intact is. Wees daar dus voorzichtig mee. Gebruik alleen oorzalven of -druppels die door de dierenarts zijn voorgeschreven.

Doof fretje 1.jpg

Blaze

Doof fretje 2.jpg

Dark Eyed White

Doof fretje 3.jpg

Panda

Polka dot.jpg

Polkadot


Hoe ontstaat erfelijk bepaalde aangeboren doofheid:

De witte aftekeningen zijn het gevolg van een mutatie in de cellen van de neurale kammen (“neural crest disorder”). Deze cellen zijn behalve voor de pigmentatie, ook verantwoordelijk voor andere belangrijke functies van het lichaam. Vroeg of laat kunnen er dan ook meerdere gezondheidsproblemen naar voren komen bij deze dieren.

Fretten met de genoemde witte aftekeningen kunnen geheel of gedeeltelijke doof zijn door het gebrek aan pigmentcellen vanuit de neurale kammen. Deze pigmentcellen spelen een rol bij de ontwikkeling van het gehoor. Op latere leeftijd kunnen zich bij deze dieren daarnaast ook makkelijker hartproblemen en maag-darmproblemen ontwikkelen doordat deze neurale cellen ook belangrijk zijn voor oa. de ontwikkeling van het hart, de grote bloedvaten en het perifere zenuwstelsel. Aanvankelijk werd gedacht dat het hierbij om het Waardenburg-syndroom ging, tegenwoordig is men er nagenoeg zeker van dat het om een mutatie in het KIT-gen gaat.

Niet alle fretten met bovengenoemde witte aftekeningen zijn doof. Dat hangt af van de mate waarin de mutatie in het KIT-gen tot expressie komt. Echter deze fretten dragen wel allemaal het gemuteerde gen met zich mee. Fokken met deze kleurafwijkingen is dan ook niet verstandig!


Wat merk je aan een dove fret:

Veel eigenaren hebben niet door dat hun fret doof is. Fretten reageren immers meestal op geluid zoals kleine kinderen… ze horen wat ze willen horen. Toch zijn er genoeg fretten die je bij hun naam kunt roepen, die dan gelijk opkijken en naar je toekomen. Echter veel fretten gaan gewoon door met waar ze mee bezig zijn. Als je goed oplet, kun je aan deze dove fretten merken dat ze schrikken als je ze van achteren onverwacht benaderd. Dove fretten kunnen eventueel ook sneller bijten als ze schrikken van een aanraking.

Dove fretten maken vaak andere geluiden dan horende fretten. Als ze opgewonden of geschrokken zijn kunnen ze soms een veel heftiger en luider geluid maken dan je zou verwachten. Hissen is meestal een teken van onbehagen bij een fretje. Maar een dove fret kan dat geluid maken terwijl hij gewoon door de kamer loopt of aan het spelen is.

Hun vocale communicatie naar andere fretten wordt vaak door de andere fretten niet begrepen en zelf horen ze natuurlijk ook niet wat een andere fret hun “verteld”. Dat kan enige verwarring bij beide partijen veroorzaken. Soms leidt dit tot een meer in zichzelf terug getrokken doof fretje dat zijn eigen gang gaat binnen de groep maar het kan ook zijn dat ze zich aanpassen en goed functioneren in een groep. Een doof fretje kun je meestal goed (aan een tuigje) mee naar buiten nemen, ze schrikken niet van alle harde geluiden en lopen meestal al snuffelend gezellig met je mee.


De diagnose:

De dierenarts kan alleen de uitwendige gehoorgang inspecteren met een oorkijker. Het is niet mogelijk om verder dan het trommelvlies te kijken. Indien er langdurig een ernstige oormijtinfectie aanwezig is er een redelijke kans dat het diertje ook een chronische middenoorontsteking heeft. Dit kan in enkele gevallen tot gehoor beschadiging leiden. De aangeboren erfelijke doofheid komt echter veel meer voor en is te vermoeden door het uiterlijk van de fret.

In een vreemde omgeving zoals een dierenartsen praktijk zal een fret niet gemakkelijk op doofheid te testen zijn. Het diertje is zo bezig met nieuwe indrukken en geuren dat hij waarschijnlijk zelfs niet eens op harde geluiden reageert. Daarom kan een fretje het beste thuis getest worden. Let op, een fret kan ook reageren op trillingen en luchtverplaatsing zoals dat gebeurt bij op de vloer stampen of in de handen klappen. Neem een bel, een klikker, een toeter of iets dergelijks en houd het achter je rug. Op het moment dat het fretje bij je vandaan loopt laat je het geluid horen en bekijk je of het diertje op een of andere manier een reactie geeft. Wissel hoge met lage geluiden af. Het kan zijn dat het fretje wel hoge tonen maar geen lage tonen hoort. Op internet staat een leuk filmpje over de reactie van een horende en een dove fret op het aanzetten van een stofzuiger. Zie:


De BAER-test (Brainstem Auditory Evoked Response) is een zekere manier om de functie van het gehoor te testen. Gekeken wordt of er in de hersenen reacties optreden bij het aanbieden van geluidsprikkels aan ieder oor afzonderlijk. Het fretje wordt licht onder narcose gebracht zodat het diertje het toelaat dat er twee dunne electroden worden geplaatst bij de beide oren en eentje midden op het voorhoofd. Daarna krijgt het diertje een dopje in één oor waaruit de "clicks" komen via de computer. Door middel van de electroden wordt gekeken of de hersenen reageren op deze geluiden. Is dit het geval, dan weet men dat het signaal de weg van lucht, trommelvlies, gehoorbeentjesketen, zenuwsensors in het slakkenhuis en gehoorzenuw in ieder geval met succes heeft doorlopen.

Bear test.jpg


De BAER-test


De behandeling:

Er bestaat geen behandeling voor doofheid. Maar een dove fret kan een goed leven hebben mits er rekening wordt gehouden met de handicap. Benader deze fretten liefst van voren zodat ze handelingen als oppakken en aanraken aan zien komen. Om deze fretten te leren bij je te komen kun je visuele signalen gebruiken zoals het schijnen met een zaklamp. Ook kun je de trillingen van de vloer gebruiken als je erop stampt. Op internet staan prachtige verhalen (voornamelijk in het Engels) over hoe eigenaren omgaan met een doof fretje……

Insulinomen

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


Dit is een ziekte die regelmatig voorkomt bij fretten boven de leeftijd van 3 jaar. Insulinomen zijn kleine tumortjes in de alvleesklier. In de alvleesklier wordt insuline gemaakt. Insuline is een hormoon dat nodig is om het suiker (glucose) in het bloed beschikbaar te maken voor de lichaamscellen.

Bij tumortjes van de alvleesklier (insulinomen) wordt een te grote hoeveelheid insuline geproduceerd waardoor het suikergehalte in het bloed te laag wordt. De hersenen zijn voor hun functioneren afhankelijk van het suikergehalte in het bloed en krijgen problemen met hun energievoorziening als het bloedsuiker te laag wordt. Het lichaam zal via correctiemechanismen het bloedsuikergehalte kunstmatig op niveau proberen te houden. Hierdoor kan na het optreden van de eerste verschijnselen, het soms dagen of weken duren voordat u als eigenaar opnieuw iets aan uw fretje opmerkt. De aandoening wordt vaak niet op tijd onderkend. De symptomen worden door de eigenaar nogal eens als passend bij de leeftijd beschouwd.


Oorzaak

De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van insulinomen is naar de huidige inzichten een langdurige overstimulatie van de alvleeskliercellen door een overmaat aan suikers en koolhydraten in de voeding. Kattenvoer, vooral de goedkopere soorten maar ook de meeste frettenvoeders bevatten vaak teveel koolhydraten. Rozijntjes zitten vol (natuurlijke) suikers.


Symptomen

De eerste verschijnselen die in periodieke aanvallen voorkomen zijn:

  • Staren in de ruimte gedurende een paar seconden. Het fretje is zich even niet bewust van de omgeving.
  • Zwakte van de achterhand waardoor het achterlichaam kan omvallen.
  • Verminderde activiteit met veel slapen is een veel gehoorde klacht.
  • Gewichtsverlies komt regelmatig voor.
  • Moeilijk wakker worden na het slapen.
  • Speekselen en met de pootjes aan de bek krabben kan voorkomen ten gevolge van de misselijkheid die ontstaat door het te lage bloedsuiker gehalte.

De periodes tussen de aanvallen kunnen dagen of weken duren. Echter naarmate de ziekte langer bestaat krijgen we te maken met:

  • Zeer sloom zijn, wat zich uit in het wel erg veel slapen.
  • Ernstige vermagering.
  • Toevallen, coma en sterfte.

Plotselinge sterfte zonder veel voorafgaande symptomen is mogelijk.


Diagnose

Als het bloedsuiker(glucose) na 4 uur vasten onder de 4 mmol/l komt in combinatie met de hierboven beschreven ziekteverschijnselen dan is een fret sterk verdacht van de aanwezigheid van insulinomen. Door uitsluiting van andere oorzaken van een laag bloedsuikergehalte kan de dierenarts de diagnose vervolgens met vrij grote zekerheid stellen. De tumortjes zijn te klein om op een echo zichtbaar te maken of om door de dierenarts te voelen in de buik.


Behandeling


Chirurgie:

De beste behandeling bestaat uit het chirurgisch verwijderen van de kleine tumortjes in de alvleesklier (voor een goed resultaat is ervaring van de dierenarts met deze operatietechniek een vereiste). Toch is het helaas zo dat een operatie het probleem niet voor altijd oplost. De operatie vermindert de progressie van de ziekte wel degelijk, maar op andere plaatsen in de alvleesklier ontstaan in de loop van de tijd weer opnieuw kleine tumortjes. In het gunstigste geval is uw fretje 2-3 jaar klachtenvrij zonder dat er medicijnen gegeven hoeven te worden. Maar een deel van de fretten hebben al eerder weer problemen waarna een medicinale therapie gestart wordt. De dosering van de medicamenten is dan gelukkig wel lager dan zonder chirurgie.


Medicinale behandeling:

Corticosteroïden als prednison en dexamethason hebben het vermogen om het bloedsuikergehalte te verhogen. Proglycem (diazoxide) is een insuline-remmer en kan ook ingezet worden. Deze medicijnen doen echter niets aan de groei van de tumoren. Nadeel van deze medicamenten is dat ze slecht zijn voor het slijmvlies van het maagdarmkanaal. De overlevingsduur met alleen medicijnen is significant lager dan met chirurgie en later aanvullend medicatie.


Voeding:

  • Frequente maaltijden zijn belangrijk.
  • Het is noodzakelijk om eiwitrijk voer van goede kwaliteit te voeren.

o Prooidiervoeding bevat de juiste concentraties voedingsnutrienten. Niet elke oudere fret is echter meer geschikt voor deze voeding.

o KVV (Kompleet Vers Vleesvoeding) als Carnibest of Haaks Barf zijn goede bronnen van dierlijk eiwit. Niet elke fret oudere fret is echter meer geschikt voor deze voeding met rauw vlees.

o Totally Ferret, Orijen en/of Eukanuba of Hill's kitten brokjes zijn de betere brokvoeders.

  • Daarnaast kunt u het fretje 1x daags extra smakelijk eiwit voorzetten in de vorm van Hill's A/D blikvoeding of Royal Canin Convalescence Support Instant Diet (het Waltham papje). Geef het niet koud maar smakelijk lauwwarm!
  • Geef géén suiker bevattende voedingsmiddelen zoals koekjes, rozijntjes, Nutrilon Soya ed. Deze stimuleren de afgifte van insuline.

Het is bij deze patiënten belangrijker dat ze eten dan wat ze eten. Dus wees voorzichtig met het overschakelen naar een nieuwe voeding.


Wat te doen als een fret plots zeer zwak wordt of een toeval krijgt:

Indien een oudere fret een toeval krijgt is dat vaak ten gevolge van een "hypo". Dat betekent dat door het te lage bloedsuikergehalte een probleem ontstaat voor de hersenen. Het dier valt om en gaat “stuipen”. Voordat de dierenarts gebeld wordt is het beter eerst iets te ondernemen; druivensuiker (in poedervorm) kan met een theelepeltje in de bek worden gegeven en wordt al door het mondslijmvlies opgenomen zodat het fretje eventueel niet hoeft te slikken. Een half theelepeltje is meestal ruim voldoende en binnen een 1/2 uur en soms al na 5 minuten voelt het diertje zich een stuk beter.

Bij lichte aanvallen is Nutri-plus gel, Calo-ped of Ferretvite nog beter. Deze bevatten ook vetten waardoor het bloedsuikergehalte beter op peil blijft. Als de fret weer in staat is om te eten kan het beste smaakvol eten aangeboden worden om een tweede dip te voorkomen.

Hartaandoeningen bij de fret

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


Is mijn fret een hartpatiënt?

Deze vraag zul je jezelf in de toekomst misschien een keer gaan stellen want een deel van de fretten krijgt (net zoals de mens, hond en de kat) helaas op oudere leeftijd te maken met een minder goed functionerend hart. Hartaandoeningen en hartfalen komen regelmatig voor vanaf 4 jaar leeftijd.

Welke hartaandoeningen kan een fret krijgen.

De hartaandoeningen van de oudere fret zijn grofweg te verdelen in:

  • 1. DCM = Dilatoire Cardiomyopathie.

Cardiomyopathie is Latijns voor hartspierziekte. Bij deze hartaandoening is de hartspier niet meer in staat om voldoende effectief te kunnen samentrekken. Het hart is als het ware uit gelubberd. De elasticiteit is eruit. Daardoor wordt het bloed niet goed genoeg rond gepompt met als gevolg dat er bloed (vocht) in de longen, rond de longen of in de buikholte kan achterblijven.

  • 2. HCM = Hypertrofische Cardiomyopathie.

Hierbij is de hartspier naar binnen toe verdikt. Uiteindelijk is hierbij onvoldoende ruimte in het hart om het bloed effectief rond te pompen.


Hartaandoeningen.jpg


  • 3. Andere hartafwijkingen waarbij ritme stoornissen ontstaan.

Een aritmie wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld een afwijkende hartfrequentie, een afwijkende impulsformatie, een verstoorde impuls geleiding (bv een hartblok) of een combinatie van deze oorzaken.

  • 4. Lekkage van de hartkleppen.

De hartkleppen kunnen bijvoorbeeld ontstoken zijn geraakt vanuit een ontsteking elders in het lichaam. Hierdoor sluiten ze minder goed en kunnen daardoor wat gaan lekken. Hoewel dit bij oudere fretten wel vaker voorkomt leidt dit meestal niet tot grote problemen.


Wat zijn de klachten bij deze fretten.

Fretten die problemen krijgen met hun hart kunnen de volgende symptomen gaan vertonen:

  • Een verminderde activiteit kan een eerste symptoom zijn. Het fretje slaapt meer en is minder speels.
  • Sommige fretten eten slecht en verliezen gewicht.
  • Een te snelle of zware ademhaling. Dit is het begin van de vochtstapeling in de longen.
  • Hoesten en/of benauwdheid kan ontstaan doordat zich nog meer vocht ophoopt in of rond de longen.
  • Een dikke buik met daarbij een toename in gewicht kan ontstaan indien er zich vocht ophoopt in de buikholte. De buik kan hierbij soms enorm in omvang toenemen.
  • Aanvallen van zwakte waarbij het diertje zwabberend loopt en af en toe door de pootjes zakt.
  • Plotse sterfte is mogelijk zonder dat het dier veel symptomen liet zien. Hierbij is het dier in acuut hartfalen gekomen.
  • Een acuut optredende verlamming van de achterpoten of enkele achterpoot kan ontstaan door een trombo-embolie. Bij hartpatiënten bestaat namelijk het risico op klontering van het bloed. Kleine stolsels kunnen vervolgens vastlopen in de nieren of de vertakkingen van de grote lichaamsslagader naar achteren.

Oudere fretten kunnen na een operatie plots klachten krijgen van hun hart, meestal openbaart zich dit binnen een week na de operatie. Tot de operatie kon het zieke hart het vaak nog net “rond krijgen”. Na de operatie gaat het dan mis door de extra belasting van het hart en vaatstelsel tijdens de operatie. In de zomer, met warm weer, hebben hartpatiënten het vaak moeilijker en zijn de klachten meestal duidelijker.


Hoe weet ik dat mijn fret een hartaandoening heeft.

De diagnose is niet altijd gemakkelijk te stellen door de dierenarts. Het verschil met bijvoorbeeld een ernstige longontsteking of longtumor kan erg lastig zijn. Fretten hebben lang niet altijd een hartruis. Vaak is wel een verhoogde hartslag aanwezig. De hartslag is verhoogd omdat het hart toch nog zo veel mogelijk bloed wil rondpompen. Om de benodigde hoeveelheid rond te pompen is het nodig dat het hart harder gaat werken en dus vaker moet pompen. Er zal meestal een röntgenfoto van het fretje worden gemaakt . Op een röntgenfoto is het hartje bij DCM duidelijk vergroot, bij HCM heeft het hart een normale grootte. Een röntgenfoto is ook belangrijk voor het opsporen van vocht in of rond de longen of in de buikholte.

Indien er vocht rond de longen aanwezig is kan een punctie van de borstholte en onderzoek van het punctaatvocht ook een belangrijke aanwijzing zijn voor een hartprobleem. Dit kan doorslaggevend zijn om een ernstige longontsteking uit te sluiten.

Een hartfilmpje (ECG) geeft ook nadere informatie, met name bij de ritme stoornissen is dit heel belangrijk. Gelukkig laten de meest fretten het maken van een ECG goed toe.

ECG.jpg

ECG bij de fret


Echografie kan belangrijk zijn indien er twijfel is over het soort hartaandoening en de daarvoor te gebruiken medicatie. Het goed interpreteren van het kleine hartje van de fret is erg moeilijk. Ik heb daarom een sterke voorkeur voor de cardiologe Nicole van Israël in België [2].

Bloedonderzoek in verband met de nierfunctie en elektrolyten huishouding wordt meestal pas in een later stadium gedaan om de effecten van de medicatie op het dier te meten.


Hoe kan een fret met een hartaandoening behandeld worden?'

De schade aan het hart is onomkeerbaar en medicatie is dan ook levenslang. De medicatie zal echter zeker in het begin maar ook later nog bijgesteld moeten worden naar de behoeften van het dier. Ik noem dat de “fine-tuning”. Daarom is het erg belangrijk dat hartpatiënten regelmatig op controle komen om de medicatie steeds weer aan te passen aan huidige situatie. De juiste behandeling van een hartprobleem bestaat uiteindelijk altijd uit een combinatie van meerdere medicijnen.


Heeft het wel zin om een hartpatiënt te behandelen?

Absoluut! Er zijn heel wat fretten in Nederland die op hartmedicatie staan en een goed leven hebben. Fretten reageren namelijk over het algemeen erg goed op de behandeling met de juiste medicijnen. Als de aandoening op tijd wordt onderkend kunnen fretten (met medicatie) nog gedurende enkele jaren een goed leven leiden Wordt een hartfalen in een laat stadium ontdekt dan kan het leven slechts voor een paar weken of hooguit een paar maanden (op een prettige manier) worden verlengd.

Ernstig benauwde fretten kunnen na medicatie weer helemaal herstellen en zelfs fretten waarbij de achterpoten niet meer functioneren hebben hier gelukkig meestal maar tijdelijk last van en lopen binnen 2 weken weer.

Natuurlijk komt er een moment dat aanpassing van de medicatie niet meer helpt en dan is het onze verantwoordelijkheid om hier op de juiste manier op te reageren. Eigenlijk is het net als bij mensen. Hartpatiënten kunnen gelukkig met de huidige medicijnen een prima leven leiden…….. maar natuurlijk heeft niemand het eeuwige leven.

Huidaandoeningen

Hotspots


Hotspots zijn kleine natte huidontstekingen die ronde vurige plekken op de huid geven, veelal achter op de rug. Over het algemeen zie je deze hotspots bij fretten met een bijnier probleem of een chronische maagaandoening. Sommigen schrijven het echter toe aan een allergische huidaandoening door o.a. voedselallergie.

Het probleem ontstaat vaak in zeer korte tijd. Doordat de plek jeukt zal de fret eraan gaan krabben en bijten en ontstaat er door wondvocht in de meeste gevallen een korstje op de huid en in de vacht. Je fret kan zich er ook ziek bij voelen en zich een paar dagen rustiger of juist wat nerveus door gedragen. Doordat zelftrauma een grote rol speelt in de ontwikkeling van hotspots worden zij ook wel pyotraumatische dermatritis genoemd.

Aan deze aandoening is niet veel te doen. Wanneer het tijdig ontdekt wordt kun je proberen te voorkomen dat het dier eraan gaat krabben of bijten. Ook kan de vacht een beetje worden weg geknipt zodat korstvorming gedeeltelijk wordt voorkomen. Soms kan gebruik van een ontstekingsremmende crème verlichting geven. Een hotspot verdwijnt uiteindelijk vanzelf weer, meestal na ongeveer een week. Toch komt de hotspot in de meeste gevallen ook weer terug op dezelfde plek.


Hotspotplekje.jpg

hotspot


Huidtumoren

Huidtumoren komen bij fretjes van middelbare leeftijd regelmatig voor, maar soms ook op jongere leeftijd. Gelukkig zijn ze over het algemeen goedaardig. Sommige tumoren kunnen ulcereren waardoor een zwarte korst op het tumoroppervlak ontstaat. Omdat ze meestal weinig verheven zijn, lijken de plekjes soms meer op exceemplekken. Jeuk is soms aanwezig. Huidtumoren kunnen het beste chirurgisch verwijderd worden en vervolgens histologisch worden onderzocht.

Ze lijken soms te verdwijnen maar als je goed kijkt en voelt blijft er altijd een verdikking van de huid voelbaar. Weken later kan het plekje weer gaan ulcereren en een korstje vormen. Soms hebben fretjes hier jeuk aan maar lang niet altijd. Het zijn kleine mastcel tumoren. Bij honden zijn deze tumoren vaak kwaadaardig. Bij fretten meestal niet. De behandeling voor jonge, gezonde fretten is het chirurgisch verwijderen van het tumortje. Bij oudere of zieke dieren kan soms beter afgewacht worden.

Lymfoom

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


Na de endocriene tumoren is lymfoom een van de meest voorkomende tumoren bij de fret. Bij jonge fretten onder de leeftijd van 1-2 jaar heeft de ziekte vaak een snel verloop. De meest voorkomende vorm bij deze jonge dieren is “mediastinaal lymfoom” in de borstholte, waar¬bij de zwezerik snel groeit en door zijn grote volume de longen wegdrukt. Bij oudere dieren komt meestal de “multicentrische” vorm van lymfoom voor, met aantasting van uitwendige en inwendige lymfeklieren en inwendige organen. Bij oudere dieren verloopt de ziekte meer chronisch.


Symptomen

Bij jonge dieren met “mediastinaal lymfoom” ontstaat vaak een plotselinge benauwdheid, eventueel voorafgegaan door slecht eten, gewichtsverlies en luste-loosheid. Hoesten en het opbraken van voedsel kunnen eveneens optreden. Bij de “multicentrische” vorm van oudere dieren hangen de klachten af van de organen die betrokken zijn bij deze ziekte. Aspecifieke, vage symptomen als slecht eten, vermageren en lusteloosheid zijn vaak aanwezig. Andere mogelijke symptomen zijn chronische diarree, braken, milde benauwdheid, geelzucht, zwakte in de achterhand.


Diagnose

Bij jonge dieren is röntgenologisch voorin de borstholte een massa zichtbaar die zich behoorlijk naar achteren kan uitbreiden. Een weefselonderzoek van een biopt met een dunne naald uit de borstholte is bewijzend. Bij oudere dieren kunnen vergrote uit- en inwendige lymfeklieren voelbaar zijn. Röntgenfoto’s en een echo van de buik kunnen nadere informatie geven. Uiteindelijk geeft weefselonderzoek pas de juiste diagnose. Dunne naald aspiratiebiopten van deze vergrote lymfeklieren zijn door de patholoog niet op een goede manier te beoordelen en kunnen makkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden. Beter is het om de lymfeklier in zijn geheel te verwijderen en op te sturen voor onderzoek.

Opgezette klieren fret.jpg

Vergrote kaak lymfeklieren


Behandeling

De behandeling kan bestaan uit het verstrekken van corticosteroïden of chemotherapie. Met corticosteroïden (Prednison) wordt een vaak tijdelijk goed resultaat bereikt. Chemotherapie vereist een intensieve begeleiding en is ook niet genezend. Fretten met lymfoom zijn gevoeliger voor allerlei infecties, antibiotica kan daarom ook nuttig zijn en een tijdelijk herstel geven.


Prognose

Bij jonge dieren is de ziekte vaak snel fataal. Oudere dieren kunnen langdurig ziek zijn met goede periodes afgewisseld door periodes waarin de fret zich ziek voelt. Uiteindelijk is de prognose slecht.

Maagdarmaandoeningen

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


De meeste fretteneigenaren hebben wel een fret meegemaakt met afwijkende ontlasting, al dan niet langdurig. Ook plotselinge sterfte bij jong volwassen fretten heeft vaak te maken met een maagdarmprobleem. Het is een van de meest behandelde aandoeningen in de “Frettenkliniek”. De allerbelangrijkste maagdarmaandoening van de fret is de Helicobacter gastritis (= maagontsteking). Van daaruit kunnen diverse andere problemen van de spijsverteringsorganen veroorzaakt worden. Het ontstaan van haarballen, secundaire darminfecties, coccidiose bij volwassen dieren, alvleesklier-, lever- en galwegontstekingen zijn vaak te herleiden tot het primaire probleem in de ontstoken maag.

Medicijnen als prednison en alle pijnstillers geven bij langer gebruik bijna altijd problemen doordat zij het maagdarm slijmvlies beschadigen. Zij kunnen daarom beter slechts voorzichtig en in lage dosering worden gegeven. Een combinatie van deze twee medicijnen tegelijkertijd kan beter slechts in uiterste noodzaak bij de fret worden ingezet.


Symptomen

Lang niet alle fretten hebben dezelfde symptomen bij een bepaalde aandoening. Ook kunnen diverse symptomen ook passen bij andere aandoeningen dan die van het maagdarmkanaal. Dat maakt het soms erg lastig voor de dierenarts om de klachten van de fret goed te interpreteren. Sommige fretten hebben een verminderde of wisselende eetlust. Vaak is de activiteit van het diertje verminderd en is het minder speels. Soms ook is het fretje echter weer erg onrustig en hyperactief. Er zijn fretten die bijterig worden naar hun eigenaar of naar andere fretten. “Plat liggen” komt regelmatig voor, de fret zakt even door de poten tijdens het lopen en heeft een wat starende blik in zijn ogen. Hij heeft even buikpijn. Even later loopt hij weer door alsof er niets aan de hand is. Fretten braken niet gemakkelijk dus als ze braken dan is er meestal iets aan de hand.

Buikpijn Sanne.jpg

Buikpijn

Misselijk-maagpijn Pudding.jpg

Misselijk/buikpijn. Let op de combinatie van platliggen en geknepen oogjes.


Dit fretje heeft duidelijk last van buikpijn.


Fretten met maagdarmproblemen hebben vaak afwijkende ontlasting. Deze kan breiig van consistentie zijn, te dun als koeienvlaai of zelfs waterdun. De ontlasting kan veel “zaadjes” bevatten ten gevolge van onvoldoende opname van voedingsstoffen. Soms is er slijm met eventueel rood bloed aanwezig. Vaak wordt er al dan niet tijdelijk een groene kleur gezien. Deze ontstaat als de ontlasting te snel door het darmkanaal gaat en is een teken dat de darmen “geïrriteerd” zijn. Als de ontlasting zwart, plakkerig en er als teer uitziet, betekend dat meestal een bloeding in het voorste deel van het maagdarmkanaal. Fretten die prooidier eten kunnen ook zwarte ontlasting hebben maar die is meestal meer gevormd en niet plakkerig. Als er onvoldoende gal bij de ontlasting komt kan deze een creme kleurige pasteuze vorm aannemen.

In de loop van de tijd valt het diertje langzaam maar zeker af en wordt de vacht dunner en dof. Vaak zijn er tekenen van misselijkheid. Vooral na het eten. Smakken, met de pootjes aan de bek krabben, speekselen en tandenknarsen zijn duidelijke misselijkheids tekenen. Ook aan lappen, tapijt of andere stoffen materiaal bijten kan een teken van misselijkheid zijn. Sommige fretten hebben een dikke wat opgeblazen buik meestal gecombineerd met stinkende ontlasting.


Diagnose

Voor het stellen van een juiste diagnose is het verhaal van de eigenaar (de anamnese) over de huisvesting, de voeding en de klachten die het diertje laat zien erg belangrijk. Sommige klachten die het diertje vertoond worden niet als afwijkend beoordeeld door de eigenaar terwijl dat wel het geval is.

Bij het klinisch onderzoek is het palperen (doorvoelen) van de buik van veel betekenis. Daarmee kunnen pijnlijke plekken in de buik opgespoord worden. Bij veel van deze fretten is de grote buiklymfeklier vergroot en pijnlijk. Soms is voor in de buik de maaglymfeklier te voelen als een harde en pijnlijke dikte. Deze klieren zijn de “opruimorganen” bij problemen in het maagdarmkanaal. Fretten met een ernstige maagontsteking of een maagzweer zijn meestal erg gevoelig voorin de buik waar de maag gelegen is. Ook als de lever ontstoken is kan dit meestal gevoeld worden doordat de lever dan groter, harder en pijnlijk is bij het palperen. Een obstructie in de darm of een tumor is meestal in de buik te voelen als een harde, vaak pijnlijke dikte in het midden en achterste deel van de buik.

Bij veel fretten is de milt vergroot. Bij weefselonderzoek blijkt het meestal om een goedaardige vergroting te gaan. De milt reageert namelijk vooral op ontstekingen in de buik en in het bijzonder op een Helicobacter infectie van de maag. Het verwijderen van een grote milt is dan ook niet heel zinvol tenzij deze milt zo groot is geworden dat hij een mechanische belemmering vormt voor het diertje.

Met bloedonderzoek kan soms een verhoging van de ontstekingscellen aangetoond worden. Bij ernstige maagdarm klachten kan het protein-loosing syndroom optreden waarbij het eiwit gehalte in het bloed verlaagd is. Ook het aantal rode bloedcellen kan verlaagd zijn ten gevolge van bloedverlies via het maag-darmkanaal of vanwege een onvoldoende aanmaak bij langer bestaande problemen. De leverenzymen kunnen verhoogd zijn bij problemen met de lever. Bij chronische patienten kan het zinvol zijn om het Vitamine B12 gehalte in het bloed te bepalen.

Ontlasting onderzoek is nuttig om coccidiose en Giardia infecties aan te tonen. Deze worden meestal alleen gezien bij jonge fretten en op plaatsen waar veel fretten bij elkaar worden gehouden. Een bacteriologisch onderzoek van de ontlasting kan een enkele keer ook nuttig zijn.

Op de röntgenfoto kunnen vreemde voorwerpen in de maag (haarballen, stukjes rubber, oordopjes!) zichtbaar gemaakt worden. Ook kan het vermoeden op een obstructie in de darm meestal bevestigd worden. Lever, nieren en blaas maar ook hart en longen kunnen goed in beeld gebracht worden. Met een echo is de inhoud van de maag wat minder goed zichtbaar te maken maar een obstructie in de darm weer wat beter dan met de rontgenfoto.

Voor een definitieve diagnose van een langdurige maagdarmprobleem zijn meestal maag en/of darmbiopten nodig. Dat is uiteraard niet zo heel makkelijk te doen dus wordt er over het algemeen uitgegaan van een waarschijnlijkheidsdiagnose en daarvoor een behandeling ingezet. Indien de problemen blijven bestaan is een “kijkoperatie” vaak zinvol en kunnen maag- en darmbiopten worden genomen. Deze biopten worden vervolgens naar een patholoog opgestuurd die onder de microscoop de stukjes weefsel kan beoordelen en informatie geeft over het aanwezig zijn van bijvoorbeeld ontsteking of tumoren.


Specifieke maagdarm aandoeningen


  • Helicobacter maagontsteking

Met een recent onderzoek onder Nederlandse fretten bleek dat bij 80% van de fretten de Helicobacter Mustelae bacterie in de maag kon worden aangetoond. In eerder Amerikaans onderzoek was dit percentage veel hoger en werd hij aangetoond bij alle onderzochte dieren. De bacterie wordt overgedragen door besmette ontlasting. Waarschijnlijk worden pups al in het nest besmet. De bacterie kan in de maag van de fret een chronische maagontsteking (vooral bij oudere fretten) maar ook een acute maagontsteking met zelfs [u]maag- en darmzweren[/u] veroorzaken. Niet elke fret heeft veel last van deze infectie. Maar een maagzweer is een van de belangrijkste doodsoorzaken bij jonge fretten. Stress en verkeerde voeding zijn de belangrijkst predisponerende factoren.

Stress is mogelijk ten gevolge van een andere fret. Fretten zijn territoriale dieren en een andere fret kan, zonder dat de eigenaar het zich bewust is, een belangrijke stressfactor zijn. Stress kan ook ontstaan ten gevolge van andere huisvesting, een andere chronische ziekte of onvoldoende “enrichment” of afleiding. Wat betreft de voeding moeten we ons realiseren dat de fret een prooidier eter is. Een strikte vleeseter. Frettenbrokjes bevatten vooral veel plantaardige eiwitten en vezels. Daar is het maagje van de fret eigenlijk niet voor gemaakt.

  • Vreemd voorwerp in het maagdarmkanaal

Jonge fretten onder de leeftijd van 1 jaar kauwen nogal eens op allerlei zacht materiaal zoals zacht rubber, zacht plastic en latex. Stukjes hiervan worden dan doorgeslikt en komen in de maag. Deze kunnen soms maanden in de maag blijven zitten. Bij oudere fretten zijn het vaak haarballen die zich in de maag vormen door het likken aan de vacht. Als de maag minder goed zijn werk doet zoals bij een chronische ontsteking, kunnen de haren te lang in de maag blijven en daar gaan klitten. De symptomen die deze fretten vertonen zijn vaak vaag. Pas als het voorwerp vastloopt in het (veel dunnere) darmkanaal is het fretje acuut ziek met hevige buikpijn en uitdroging. Vaak sterft het fretje binnen 2 dagen als er niet op tijd wordt ingegrepen. De behandeling varieert van laxeren tot direct chirurgisch ingrijpen.

3. Haarbal uit maag.jpg

Haarbal uit de maag


  • Darmontsteking

Een darmontsteking kan veroorzaakt worden door diverse virussen, bacteriën, protozoen, voedsel intolerantie en oorzaken die niet altijd te achterhalen zijn. De ontlasting kan bekeken worden onder de microscoop of worden opgestuurd naar het laboratorium voor een bacteriologisch onderzoek (een kweek).

Recent is aangetoond dat in Nederland het Coronavirus op grote schaal voorkomt. Dit virus is in Amerika ook bekend en veroorzaakt daar E.C.E. (Epizootic Catarrhal Enteritis) ook wel “Groene-slijm ziekte” genoemd. Het virus is zeer besmettelijk. De besmetting gebeurt via contact met ontlasting van een ziek dier. Het verloop van de ziekte is afhankelijk van de lichaamsconditie van het fretje. Jonge gezonde fretten hebben vaak slechts een aantal dagen diarree. Fretten met al chronische maagdarmproblemen of andere aandoeningen kunnen ernstig ziek worden. Bij sommige fretten kan het virus de darmvlokken van de darmen ernstig beschadigen waardoor uiteindelijk chronische diarree ontstaat. Een enkele keer kan het virus een systemische ziekte veroorzaken met ontstekingen in diverse organen. Deze complicatie vertoont overeenkomsten met de aandoening “FIP” bij katten die geïnfecteerd zijn met het katten Corona virus. Het katten-Corona virus lijkt niet besmettelijk voor de fret. De fret heeft zijn eigen Corona virus variant. Helaas is de ziekte moeilijk met zekerheid vast te stellen bij het levende dier.

Coccidiose en een Giardia infectie worden veroorzaakt door een parasiet in de darmen. Vooral jonge fretjes kunnen hier behoorlijk ziek van zijn. Oudere fretten hebben meestal geen problemen met coccidiose en kunnen met hun eigen afweer de infectie genezen. Echter fretten die al een afwijkend darmkanaal hebben door bijvoorbeeld een Coronavirus infectie kunnen wel problemen hebben om van deze infectie af te komen en kunnen beter behandeld worden. Met behulp van ontlasting onderzoek is de ziekte eenvoudig aan te tonen.

  • Eosinofiele maag-darmontsteking

Fretten zijn strikte vleeseters toch geven wij in onze voeding vaak veel plantaardige eiwitten zoals granen. Bij sommige fretten reageert het maagdarmkanaal hierop met de productie van bepaalde specifieke (eosinofiele) ontstekingscellen. Deze fretten kunnen chronisch diarree met of zonder slijm en bloed vertonen in combinatie met gewichtsverlies. De diagnose is pas te stellen na een biopt van de maag of de darm. Corticosteroïden kunnen soms tijdelijk helpen maar een correctie van het voer is belangrijker.

  • Tumoren

Tumoren uitgaande van het maagdarmkanaal komen niet vaak voor. Er zijn aanwijzingen dat tumoren in dit gedeelte van het lichaam vooral kunnen ontstaan vanuit chronische ontstekingen zoals bijvoorbeeld bij Helicobacter uitgroei. Lymfoom, een ontaarding va de lymfeklieren komt bij oudere fretten wel regelmatig voor. Hierbij kunnen ook de lever en darmen aangetast zijn.


Behandeling van maagdarmproblemen

Bij een vermoeden op een Helicobacter maagontsteking zal een antibiotica kuur tegen de Helicobacter bacterie worden ingezet. Deze kuur is dezelfde als die bij mensen wordt gebruikt. Echter fretten met ernstige ontsteking of maagzweer kunnen soms niet goed tegen het antibioticum Clarithromycine. Dit is namelijk erg irriterend voor de maag. Het is dan beter om eerst de maagwondjes wat te laten herstellen met maagzuurremmers en een maagwandbeschermer als Sucralfaat voordat dit antibioticum wordt ingezet. Aanvullend kunnen medicijnen tegen de misselijkheid en Vitamine B12 injecties worden gegeven.

Indien er sprake is van een vreemd voorwerp in de maag of bijvoorbeeld een obstructie in de darm, zal er geopereerd moeten worden. Een enkele keer kan een obstructie met laxeermiddel naar achteren worden gedreven, vooral als bekend is dat het bijvoorbeeld gaat om een te groot stuk groente of fruit. Maar dit is altijd een risico want hoe langer je wacht met opereren hoe groter het risico dat het diertje sterft.

Bij diarree ten gevolge van bijvoorbeeld een Corona virus infectie kan een darm beschermend middel als Finidiar pasta of Sucralfaat gegeven worden voor een aantal dagen. Indien het fretje ernstig ziek is, is antibiotica en eventueel andere aanvullende medicatie nodig. Coccidiose bij jonge fretjes of zieke dieren kan behandeld worden met een medicijn tegen deze parasieten. Alle fretten dienen tegelijk behandeld te worden, ook de (wel besmette maar) niet zieke dieren.

Tumoren van het maagdarmkanaal kunnen soms chirurgisch verwijderd worden door het stuk aangetaste darm te verwijderen. Dit is een moeilijke operatie maar voor een ervaren frettendierenarts goed te doen. Voor de behandeling van Lymfoom met aantasting van het maagdarmkanaal zie het hoofdstuk: Lymfoom. Het verwijderen van een vergrote milt bij fretten met diarree is niet nodig. Deze milt is een reactie op de ontsteking in het maagdarmkanaal.

Het is belangrijk om kleine hoeveelheden goed verteerbaar voedsel te geven, bijvoorbeeld Royal Canin Convalescence Support Instant (het “Waltham papje”) of Hill’s A/D blikvoer. Voor fretten met ernstige problemen is het niet meer verstandig om rauw voedsel te geven.

Fretten met ernstige maagdarmproblemen kunnen het beste worden opgenomen in de kliniek waar zij via injecties en met infuus behandeld kunnen worden. Deze injecties belasten het maagdarmkanaal veel minder. Oudere fretten hebben vaak chronische maagdarmproblemen door de langdurige aanwezigheid van de Helicobacter bacterie in de maag. Zij hebben vaak baat bij een dagelijkse hoeveelheid van het Waltham papje in combinatie met 1-2x daags Sucralfaat.

Preventie van maagdarmproblemen

De Helicobacter bacterie is bij de fret waarschijnlijk niet uit te roeien. Wel kan met een kuur antibiotica het aantal bacteriën in de maag weer verminderd worden. Maar een uitgroei kan beter tegen gegaan worden door de fret goede voeding te geven en stress zoveel mogelijk te vermijden. Haarballen zijn meestal het gevolg van de verminderde maagmotiliteit ten gevolge van de maagontsteking. Die ontsteking moet dus ook behandeld worden. Daarnaast is het zinvol om tijdens de rui om de dag 1 cm haarbalpasta voor de kat te verstrekken. Haarbalpasta bevat veel suikers en is daarom erg gewild bij de fretten. Beter zou het zijn om alleen de vaseline te geven. Dit kan door het kopen van zuurvrije vaseline bij de apotheek of de drogist. Dit mag elke dag gegeven worden tijdens de rui. Het is echter minder smakelijk.

Middenoorontsteking

De laatste jaren hebben we steeds meer te maken met oorproblemen bij fretten; vaak een middenoorontsteking. De kan zich ontwikkelen tot een chronische aandoening.

Het middenoor is een inwendig gelegen gedeelte van het gehoorsysteem, wat net achter het trommelvlies ligt. Bij de fret op een moeilijk bereikbare plek, in het bot van de kop en schedel en is verdeeld in allerlei kleine ‘kamertjes’, lijkend op een honingraad.

Het is nog niet duidelijk wat precies de oorzaak is van de steeds frequenter voorkomende middenoorontstekingen, maar het vermoeden is dat oormijten een rol spelen. Deze kunnen schade aan de gehoorgang en het trommelvlies aanrichten, waardoor schimmels, bacteriën en virussen naar binnen kunnen dringen. Een goede bestrijding van oormijten lijkt dan ook erg belangrijk. Dit kan onder andere door middel van Stronghold pipetjes, verkrijgbaar bij de dierenarts. Zie verzorging#oormijten

Doordat het middenoor van de fret op een lastig bereikbare plek gelegen is, is het moeilijk een ontsteking goed te bestrijden. Antibiotica kan er vaak moeizaam komen en door de bouw is het eigenlijk niet mogelijk om te spoelen. Vaak is langdurige behandeling noodzakelijk met antibiotica en oordruppels. Hierdoor wordt een middenoorontsteking regelmatig een chronisch probleem.


Een acute middenoorontsteking is te herkennen aan:

  • Scheef houden van de kop, met het aangetaste oor naar beneden
  • Het in rondjes lopen
  • Wankelen tijdens bewegen/lopen
  • Soms tranende ogen
  • Soms niet willen eten
  • Soms koorts en algemeen ziek zijn

Ga bij een van deze signalen direct naar een dierenarts met frettenervaring!

Wordt dit niet juist behandeld, kan het een pijnlijke dood van je fretje betekenen.


Een chronische middenoorontsteking geeft vaak minder duidelijke acute verschijnselen:

  • Tranende ogen bij eten
  • Slecht eten
  • Veel kruimelen met brokjes
  • Prooi laten staan
  • Kuchen, hoesten en keelschrapen
  • Soms wankelen met achterhand tijdens lopen
  • Niet bij de oren geaaid willen worden
  • Lastig in het nekvel te pakken
  • Gespannen in nekspieren, vooral bij aanraken
  • Afvallen

Een chronische middenoorontsteking is altijd sluimerend aanwezig. Regelmatig steekt het dan weer de kop op. Het is een zeer pijnlijke aandoening voor je dier. Fretten laten pijn erg lastig zien, dus elk klein signaal kan belangrijk zijn.

Een chronische oorontsteking kan desastreus verlopen voor je fretje als het niet onderkent en behandeld wordt. De ervaringen zijn dat fretten die een chronisch oorprobleem hebben erg vatbaar zijn voor nierontstekingen,(chronische) ontstekingen in de keel en aan de luchtwegen en er zijn vaak maag/darm complicaties door de vele antibiotica die de frettenmaagjes vaak slecht verdragen. Bovendien is er een risico dat de ontsteking doorbreekt naar de hersenen, wat onherroepelijk de dood betekent.

Nierfalen bij de fret

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


De nieren hebben een belangrijke functie in het constant houden van allerlei waarden in het lichaam. Ze regelen de zuurtegraad van het bloed, ze veranderen de bloeddruk naar behoefte van het lichaam en houden de mineralen in balans. Daarnaast zorgen ze ervoor dat afvalstoffen uit het lichaam verwijderd worden. Deze afvalstoffen, afbraakproducten van eiwitten (zoals ureum, BUN) worden door de nieren uit het bloed gefilterd en met de urine afgevoerd.

Nierfalen is een toestand waarbij de nieren niet meer goed kunnen functioneren; ze doen hun werk niet goed meer. Dit kan ontstaan ten gevolge van verschillende oorzaken: bacteriele, virale (bijvoorbeeld ADV) en protozoaire infecties, nierstenen, aangeboren en/of erfelijke aandoeningen, tumoren, een afwijkende bloeddruk, ziektes elders in het lichaam (zoals chronische ontstekingen), vergiftigingen (onder andere door antivries, druiven en rozijnen) en bepaalde niertoxische medicijnen (bijvoorbeeld Gentamycine). Veel oudere fretten hebben nierinfarcten.

Er kan sprake zijn van acuut nierfalen, chronisch nierfalen en een combinatie van de twee.

Bij chronisch nierfalen werken de nieren al langer slecht. De chronische ontsteking in de nieren heeft geleid tot vorming van littekenweefsel. Het littekenweefsel trekt samen en zorgt ervoor dat de nieren kleiner worden, dit littekenweefsel is blijvend.


Bij dieren met acuut nierfalen is nog geen sprake van littekenweefsel. Deze dieren kunnen acuut heel erg ziek worden, maar in principe kan er dan nog volledig herstel van de nierfunctie optreden.

Wanneer het dier al langer chronische nierproblemen heeft maar plotseling snel verslechtert ten gevolge van een acute infectie, is er sprake van een combinatie. Dit komt redelijk vaak voor.

Nierfalen 1.jpg

Normale nier: Deze bestaat uit ruim 1 miljoen eenheden (nefronen). Een nefron filtert het bloed en concentreert de afvalstoffen uit het lichaam. Deze worden in de urine afgegeven. De nefronen monden uit in een verzamelbuis, welke in het nierbekken uitkomt. De urine gaat via de ureter naar de blaas, alwaar die wordt opgeslagen.

Nierfalen 2.jpg

Chronisch nierfalen: Chronische ontsteking in de nieren leidt op den duur tot vorming van littekenweefsel. Dit littekenweefsel trekt samen en zorgt ervoor dat de nieren steeds kleiner worden. Dit noemen we schrompelnieren en deze schade is niet meer omkeerbaar.


Symptomen

Fretten met chronische nierproblemen vermageren, hebben een slechte eetlust en drinken en plassen vaak veel. Soms zijn ze slomer maar vaak valt aan het gedrag niet veel op. In sommige gevallen is er een vreemde 'maggi' geur te ruiken uit het bekje. Dit komt door de ophoping van gifstoffen in het bloed die eigenlijk door de nieren uitgescheiden zouden moeten worden. Enkele fretten hebben afwijkende ontlasting. Dieren met acute nierproblemen zijn meestal wel slomer, gaan vaak 'plat' liggen en zijn vaak pijnlijk in de buik.


Diagnose

Indien er vermoed wordt dat een fretje lijdt aan nierfalen, zal er worden geadviseerd om een urineonderzoek en bloedonderzoek te laten uitvoeren. Bij het urineonderzoek wordt er bijvoorbeeld gekeken of de nieren nog voldoende concentrerend vermogen hebben en of er te veel eiwitten of bloedcellen in de urine lekken.

Bij het bloedonderzoek worden onder andere de nierwaarden beoordeeld (ureum, fosfaat). Deze waarden zullen pas verhogen als meer dan de helft van het totale nierweefsel is aangetast. (NB. Bij honden en katten is het ureum gehalte in het bloed minder belangrijk en wordt het kreatinine gehalte bepaald. Bij de fret geeft het kreatinine gehalte in het bloed geen goede indicatie voor het functioneren van de nieren).

Bij acuut nierfalen kunnen deze waarden enorm hoog zijn, maar er kan nog volledig herstel optreden. Bij chronisch nierfalen is de hoogte van de nierwaarden zeker gerelateerd aan de prognose. Soms zijn de nieren aangedaan, door bijvoorbeeld een heftige ontsteking, maar zijn de nierwaarden nog niet verhoogd, dan is er (nog) geen sprake van nierfalen maar van een nieraandoening. Indien een aanwijsbare oorzaak van acuut nierfalen wordt vermoed of er nog getwijfeld wordt over mogelijke bijkomende problemen, zullen er nog extra onderzoeken worden voorgesteld.

Nierfalen is een gecompliceerde ziekte en de nieren kunnen bij iedere patient in een andere mate aangetast zijn. Daarom dient de behandeling goed afgestemd te worden op het individuele dier.


Behandeling

Bij een nieraandoening waarbij nog geen sprake is van nierfalen zal meestal worden volstaan met medicatie en controle afspraken.

Bij acuut nierfalen is een opname in de kliniek en een behandeling met infuus en medicatie over het algemeen de beste optie. Hierbij wordt in de gaten gehouden dat het dier ruim voldoende infuus krijgt maar dit wel voldoende uitplast. Een intensieve monitoring is erg belangrijk. Ace-remmers die in een later stadium wel gegeven worden, mogen nu nog NIET worden gegeven.

Bij chronisch nierfalen bestaat de behandeling vooral uit medicatie en voeding. Ace-remmers (b.v. enalapril, benazepril) bevorderen de doorbloeding van de nieren en verminderen de progressie van chronisch nierfalen. Fosfaatbinders (b.v. sucralfaat, lantharenol, chitosan en calciumcarbonaat) zijn vaak nodig om het fosfaatgehalte in het bloed te verminderen. Bacterien kunnen de oorzaak zijn een ontsteking in de nieren maar daarnaast zijn nierpatienten extra gevoelig voor bacteriele infecties van de urine wegen. Antibiotica kan daardoor soms worden voorgeschreven. Ten gevolge van het chronisch nierfalen kan er ook een te laag kalium gehalte in het bloed ontstaan. Dit veroorzaakt een slechte eetlust en sloomheid. Dit Kalium kan via medicatie (kaliumgluconaat) worden aangevuld. Daar een hoog ureum gehalte in het bloed de slijmvliezen in het maagdarmkanaal kan aantasten, is het soms nodig om hiervoor ondersteunde medicatie te geven.

Een nierdieet is bij honden en katten erg belangrijk bij de behandeling van nierfalen. Hill's K/D dieet voor de kat zou voor de fret een goede optie zijn. Dit dieet bevat veel lagere gehalten aan eiwit, zout en fosfaat vergeleken met een normaal frettenvoer. Hierdoor worden de nieren minder belast en komen er minder afvalproducten in het bloed. Probleem is echter dat veel fretten met nierproblemen een slechte eetlust hebben en het nieuwe minder smakelijke dieet niet willen eten. Het is belangrijker dat uw fret eet dan wat hij eet!


Prognose

De prognose van een fret met nierfalen verschilt sterk. Acuut nierfalen kan volledig herstellen en heeft in dat geval geen continue controles nodig. Chronische schade aan de nieren is onomkeerbaar en een deel van de medicatie zal dan ook levenslang noodzakelijk blijven. Medicijnen zijn erg belangrijk in de behandeling van chronisch nierfalen. Niet alleen leven de behandelde fretten significant langer maar daarnaast voelt het dier zich veel prettiger.

De medicatie zal echter zeker in het begin, maar ook later nog bijgesteld moeten worden naar de behoeften van uw fret. Daarvoor zijn regelmatige controles op de kliniek met bloedafname en urineonderzoek noodzakelijk.

Pijnstilling bij de fret

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


Van diverse ziekte aandoeningen van de fret weten we vanuit de humane geneeskunde dat het pijnlijk is. Een verwonding, een gebroken bot, een maagzweer, een acute middenoorontsteking, een acute nierontsteking. Het zijn aandoeningen waarbij we er van uit kunnen gaan dat het pijn doet, niet alleen bij de mens maar ook bij het dier. Naast de behandeling van de aandoening is het dan wenselijk om tevens pijnstilling te geven. Pijnstillers hebben daarnaast het voordeel dat ze ontstekingsremmend werken.

Wetenschappers zijn het erover eens dat dieren pijn precies zo ervaren als wij mensen, alleen tonen zij het anders. De fret, die nog dicht bij zijn voorouder de bunzing staat, zal niet makkelijk laten zien dat hij pijn heeft. Dat geeft zwakte aan en dat betekent in de natuur dat je er heel snel bent geweest. Dat een fretje pijn slecht laat zien wil niet zeggen dat hij het anders ervaart. Hij toont het alleen anders dan wij mensen. Aangezien een fretje niet kan praten, hebben wij als eigenaar en als dierenarts slechts de mogelijkheid het diertje nauwkeurig gade te slaan en te onderzoeken om zo aanwijzingen te krijgen of het diertje pijn heeft.

Zieke fret.jpg


Pijnsignalen bij een fret

Een fretje zal niet gaan huilen of verbaal uiting geven aan pijn¦tenzij je bijvoorbeeld op de staart gaat staan. Bij acute plotse pijn zal het dier dit aangeven door een dikke staart op te zetten, een schreeuw te geven en eventueel de anaalklieren te laten gaan. Chronische pijn is veel moeilijker te onderkennen. Onderstaande gedragingen kunnen tekenen zijn van een niet welbevinden of van pijn.

  • Minder levendig.
  • Weinig meer uit de slaapplaats komen.
  • Knijpen met de oogjes.
  • Verminderde eetlust.
  • Plat gaan liggen; tijdens het spelen of rondlopen gaat het fretje plat op de buik liggen.
  • Plots gaan bijten naar de eigenaar of andere fretten.
  • Omkijken naar de buik of de flank.
  • Lopen met een hoge opgebolde rug.
  • Knarsetanden.
  • Knagen aan stof (slaapzakje) of vloerbedekking.
  • Kreupel lopen.
  • Hissen en sissen. Dit kan ook voorkomen als het diertje zich niet veilig voelt. Bijvoorbeeld doordat het in een te grote groep is gehuisvest of met een fret waarmee het niet goed samen gaat.
  • Een opgezette staart.
  • Anaalklieren laten gaan.
  • Veel trillen.


Behandeling van pijn bij de fret.

De belangrijkste behandeling van pijn is het oplossen van het probleem dat de pijn veroorzaakt! Bij een gebroken bot is dat het spalken of chirurgisch behandelen van de breuk. Bij een maagzweer is dat een medicinale behandeling van de maagzweer en het vermijden van stresssituaties welke eventueel de maagzweer hebben veroorzaakt.

Niet altijd is het mogelijk de oorzaak te bestrijden en soms heeft een behandeling even tijd nodig om aan te slaan. Dan zou pijnstilling wenselijk zijn.

De voor de hond en kat veel gebruikte pijnstillers (NSAID's) als Metacam® (meloxicam) en Rimadyl® (carprofen) geven helaas veel problemen bij de fret. NSAID's (Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs) zijn medicijnen die de vorming van prostaglandines in het lichaam remmen. Prostaglandines stimuleren het pijngevoel, verhogen de lichaamstemperatuur (koorts) en zorgen ervoor dat bloedvaten open gaan staan (roodheid bij een ontsteking).


De bijwerkingen van NSAID pijnmedicatie.

Prostaglandines zijn betrokken bij de opbouw van het maagslijmvlies. Doordat de vorming van prostaglandines door de NSAID's wordt geremd, wordt het maagslijmvlies erg dun en kan het gemakkelijk geirriteerd raken door het maagzuur. De belangrijkste bijwerkingen van deze pijnstillers zijn dan ook slijmvliesbeschadigingen in de maag welke uiteindelijk kunnen leiden tot ernstige zweren in de maag. Hierdoor wordt het diertje misselijk, heeft een slechte eetlust en krijgt dunne of zelfs zwarte ontlasting. Zwarte teerachtige ontlasting geeft aan dat er bloed vanuit de maag in de ontlasting is gekomen, dit is het geval bij een maagbloeding. Een maagbloeding is gevaarlijk en kan tot de dood van het fretje leiden. Fretten die veel prooidieren eten hebben altijd een wat donkere tot zwarte ontlasting, maar die is meestal vast van vorm en vermengd met de restanten van het prooidier.


Waarom hebben fretten zo snel last van deze bijwerkingen?

1. Fretten missen, net als katten, het enzym UDP- glucuronyltransferase om geneesmiddelen uit te scheiden in de gal. Dat wil zeggen; ze kunnen nauwelijks 'glucuronideren'. Slechts 1/10 van de capaciteit van de hond. Hierdoor is de eliminatie-halfwaarde tijd van diverse geneesmiddelen, waaronder bovenstaande pijnstillers, sterk verlengd in vergelijking met de hond en ontstaan gemakkelijk bijwerkingen doordat het middel te lang en in een te hoge dosis in het lichaam aanwezig blijft.

2. Veel fretten hebben daarnaast vaak al in enige of meerdere mate last van maagproblemen doordat bij vrijwel alle fretten de Helicobacter Mustelae bacterie in de maag aanwezig is. Deze geeft bij uitgroei acute- of chronische ontstekingen in de maag. Het geven van bovenstaande pijnstillers kan dan heel gemakkelijk nog meer schade aan het maagslijmvlies berokkenen.

3. Oudere fretten (boven de leeftijd van 5 jaar) hebben regelmatig galweg-, lever- of nierproblemen waardoor de uitscheiding van deze medicijnen nog minder goed verloopt en het medicijn ook hierdoor in een te hoge concentratie in het bloed aanwezig blijft en door de relatieve overdosering extra schade kan aanrichten in de maag.


De combinatie van Prednison en pijnmedicatie als bovenstaande is een snelweg richting een maagzweer en is dan ook gecontra-indiceerd, niet alleen bij de fret maar ook bij de hond en kat. Deze combinatie nooit aan een fretje geven.


Alternatieven voor NSAID's

Dit alles maakt het niet gemakkelijk om voor bovenstaande pijnstillers te kiezen bij pijn bij een fretje. Een alternatief voor de NSAID pijnmedicatie is morfine injecties, maar deze mogen slechts door de dierenarts worden toegediend en werken kortdurend (8 uur). Bij opname in de Frettenkliniek is dat een goed alternatief. Het oraal (via de bek) ingeven van morfine preparaten is bij de paar fretten waar ik het bij heb geprobeerd niet goed bevallen. Als je deze medicatie oraal toedient geeft het ook maag-darmproblemen. De fretten werden er al heel snel erg misselijk van.


Conclusie

De beste pijnmedicatie bij de fret bestaat uit het oplossen van het probleem dat de pijn veroorzaakt. Als dat niet mogelijk is kunnen indien het echt noodzakelijk is, in lage dosis (de dosering als bij de kat) en om de dag of om de 2 dagen, NSAID's als Metacam® en Rimadyl® gegeven worden... mits het diertje geen maag, lever of nierproblemen heeft. Liefst zo kort mogelijk.

Aan oudere fretten (boven de leeftijd van 5 jaar) kunnen in verband met de mogelijke verminderde lever- en nierfunctie, deze medicijnen het beste om de 3-4 dagen gegeven worden. Indien klachten optreden als diarree, zwarte ontlasting of misselijkheid (smakken, braken, platliggen, knagen aan stof, knarsetanden) is het belangrijk om onmiddellijk te stoppen.

Ook is het belangrijk om op voorhand, dus al bij de start van deze medicatie, tevens maag-beschermende medicatie als Sucralfaat en maagzuurremmers te geven.

Mijn ervaring is dat deze pijnmedicatie met NSAID's, ondanks al deze beschermende maatregelen, toch vaak problemen geeft; ik gebruik het daarom persoonlijk vrij weinig en alleen kortdurend. Ik neem de dieren liever op in de Frettenkliniek en gebruik de morfine injecties tot ik de ziekte die de oorzaak van de pijn is, heb kunnen aanpakken, dan wel chirurgisch of met andere medicatie.

Vergrote milt

De grote milt bij de fret, niet te snel chirurgie!

Door:Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


De laatste weken bereiken mij berichten over fretten die geopereerd worden aan een vergroting van de milt. Dit verontrust mij omdat het in het merendeel van de gevallen niet nodig is om deze vergrote milt chirurgisch te verwijderen. Met andere woorden er worden fretten onnodig geopereerd.

De milt is een orgaan dat links voorin de buik aanwezig is. Hij ligt als een platte zachte dikte tegen de linker buikwand aan. Als hij vergroot is, is hij vaak zelfs door de eigenaar te voelen als een langgerekte platte schijf van soms wel 15 cm lengte en 5 cm. breedte.

De milt fungeert als opslagplaats voor alle bloedcellen en verwijderd oude bloedcellen uit de bloedbaan. Ze reguleert tevens het aantal circulerende bloedcellen in de bloedbaan. Daarnaast speelt ze een rol in de aanmaak van afweerstoffen. Bij embryo’s is de milt tevens een orgaan waar bloedcellen aangemaakt worden maar deze functie verdwijnt meestal als het beenmerg gaat functioneren. Echter bij een sterke prikkeling tot aanmaak van bloedcellen kan deze functie weer in de milt ontstaan bij volwassen dieren. We noemen dat “extramedullaire hemopoëse”.

Een grote milt, soms wel 20x groter dan zijn normale grootte, komt regelmatig voor bij fretten vanaf middelbare leeftijd. Wordt deze chirurgisch verwijderd en wordt het weefsel opgestuurd naar de patholoog dan zal in vrijwel de meeste gevallen “extramedullaire hemopoëse” de diagnose zijn. Dit geeft alleen aan dat de milt wordt geprikkeld, meestal door een ontsteking in de buik, zoals bijvoorbeeld van het maag-darmkanaal, de galwegen of de lever. De milt is dus niet de oorzaak van een ziekte maar het gevolg van een ziekte. Het verwijderen van de milt heeft daarom meestal geen enkele zin. Wel heeft het zin om bij een zieke fret met een grote milt verder te gaan zoeken naar de oorzaak van de ziekte via bijvoorbeeld, de anamnese, buikpalpatie, bloedonderzoek, röntgenfoto of echografie.

Een heel enkele keer is het wel verstandig om de milt chirurgisch te verwijderen. Bijvoorbeeld als een milt zo groot is geworden dat deze een oncomfortabel gevoel kan geven aan het dier. Ook een onregelmatig gevormde milt met bijvoorbeeld een grote (meestal goedaardige) hyperplastische bult erop kan beter verwijderd worden. Een dergelijke uitstulping van de milt heeft namelijk een fragiele wand en kan makkelijk scheuren waardoor de milt kan gaan bloeden.

Is een fretje niet ziek maar heeft het diertje wel een vergroting van de milt dan kan dat het beste genoteerd worden in de patiënt gegevens bij de dierenarts, maar hoeft er meestal (nog) geen behandeling ingesteld te worden. Een dergelijke vergroting van de milt is een typisch fretten probleem. Bij honden en katten daarentegen is een miltvergroting (zeker in de mate zoals dat bij de fret gebeurt) heel vaak wel een teken van kanker van de milt. Dit is dan ook de reden dat veel dierenartsen de neiging hebben om de milt chirurgisch te gaan verwijderen.

Soms knapt een fretje wel op na een (onnodige) operatie van de milt. De redenen hiervoor kunnen zijn:

  • Meestal wordt antibiotica gegeven tijdens en na de operatie. Dit kan een gunstig effect hebben op met name de veel voorkomende maag- darmontstekingen.
  • Een fretje wordt na een operatie vaak extra goed verzorgd en tijd is ook een belangrijke factor in een genezingsproces.
  • Zowel in de humane- als in de dier-geneeskunde knapt een patient soms op ondanks wat de (dieren)arts doet.


Operatie Hanneke.jpg


Een grote uitstulpende bult op de milt, meestal goedaardig. Daar deze uitstulping echter een kwetsbare wand heeft kan de milt beter verwijderd worden om een fatale miltbloeding te voorkomen.

Corona Virus

Het Corona virus is een regelmatig opduikend virus, wat zelfs een soort epidemische vorm kan aannemen. Corona virussen zijn veel voorkomend, bij veel verschillende dieren en mensen. Elke diersoort heeft zijn eigen specifieke Corona virus. Een kat kan geen mens besmetten en een varken geen fret, om een voorbeeld te noemen. Bij mensen geven Corona virussen luchtweg problemen. Een bekend voorbeeld is de ernstige aandoening SARS.

Bij fretten geeft het Corona virus (CoV) maagdarm klachten of een systemische ziekte die veel op FIP bij katten lijkt.

Recentelijk is aangetoond dat het bij fretten om twee verschillende CoV gaat, waarbij het enteritis (maagdarm) virus meerdere types heeft.

Het FRCoV virus, die maagdarm ontstekingen kan veroorzaken is het meest voorkomend. Er zijn vele gradaties in symptomen en een enkele keer toont de fret helemaal geen verschijnselen. Na besmetting kan je fret even een mindere dag hebben met een keertje diarree of wat misselijkheid en verder niets. Door menig eigenaar wordt het niet eens opgemerkt. Je fret kan er ook ernstig ziek van worden, met heftige, stinkende diarree. Vaak groen van kleur en met veel slijm. In ernstige gevallen zelfs alleen bloederig slijm. Ander symptomen die bij een besmetting kunnen voorkomen zijn lusteloosheid, misselijkheid, braken, anorexie (niet willen eten). Over het algemeen hebben ze geen koorts. Meestal zijn deze verschijnselen na enkele uren of dagen weer verdwenen. Je fret is dan nog wel enkele maanden besmettelijk!

Sommige fretten ontwikkelen na besmetting een chronische maagdarm aandoening, ECE of "groene slijm ziekte". Deze dieren blijven last houden van bovengenoemde verschijnselen. Hoe ernstiger en langer de duur van de aanwezige symptomen, hoe meer schade er aan het lichaam wordt aangericht. Op den duur is de darm zo ernstig aangetast, dat voedingsstoffen niet of nauwelijks meer opgenomen kunnen worden. Ook andere aan de spijsvertering gerelateerde organen kunnen gaan ontsteken, zoals galblaas, lever en alvleesklier. Deze dieren zijn daarbij ook gevoeliger voor allerlei andere besmettingen, doordat hun weerstand laag is. Bovendien worden ze vaak langdurig met medicijnen behandeld om ontstekingen te onderdrukken, wat ze nog extra vatbaar maakt.


Het FSCV veroorzaakt een systemische aandoening welke erg lijkt op FIP bij de kat. Lange tijd werd er gedacht dat deze systemische aandoening werd veroorzaakt door een mutatie van het FRCoV. Het blijkt sinds kort dat het om een apart virustype te gaan. Over het algemeen verliezen deze dieren erg veel gewicht, hebben chronische diarree,braken, zijn lusteloos en tonen ziek, hebben een slechte vacht en kunnen meerdere ontstekingsverschijnselen hebben. Vaak zijn is er sprake van een longontsteking, vergrote lymfeklieren, vergrote milt en worden er bij palpatie verdikkingen in de buik waargenomen. Soms zijn er diverse neurologische verschijnselen, zoals verlammingen aan de achterpoten en epileptische aanvallen.

Helaas is deze vorm altijd dodelijk. Voor dit type zijn nog geen betrouwbare testen beschikbaar. De enige manier om te bewijzen dat een fret met dit type virus besmet is geweest, is na het overlijden weefsel te laten onderzoeken.


Fretten kunnen op alle leeftijden besmet worden met het CoV. Hele jonge pups, oudere en zieke fretten zijn er het gevoeligst voor. Het is al regelmatig voorgekomen dat in een nest alle pups sterven, terwijl moeder na een dagje alweer vrolijk rondhuppelt. Ernstige besmettingen kunnen echter op alle leeftijden een dodelijke afloop hebben. Multi-fret huishoudens, fokkerijen en opvangen zijn met name broedplaatsen voor het virus. Incubatietijd is van 18-24 uur tot 3-4 dagen en het is zeer besmettelijk. Het lijkt er op dat een fret na besmetting nog zo'n 9 maanden besmettelijk kan blijven, ondanks dat het dier zelf niet ziek (meer) is of enige symptomen (meer)heeft.

Tegenwoordig zijn er al goede mogelijkheden om ontlasting te laten testen voor de aanwezigheid van het FRCoV. Dit moet echter wel opgestuurd worden naar het buitenland. Vooralsnog zijn de testen in Nederland nog niet goed betrouwbaar.


Zoals gezegd is het Corona virus zeer besmettelijk. Het kan overgebracht worden door direct contact tussen de dieren, via lichaamsvloeistoffen, lucht, haren, schoenen en kleding.

Het is erg belangrijk om strenge hygiëne voorschriften na te leven indien er met (vermoedelijk)besmette dieren omgegaan wordt. Het beste is om besmette dieren apart te huisvesten. Bij het hanteren wordt geadviseerd om handschoenen, speciale kleding of een overall en rubber laarzen of schoenhoesjes te gebruiken. Voor elk dier kleding/schoeisel desinfecteren of vervangen indien er van wegwerpmateriaal gebruik gemaakt wordt. Dagelijkse reiniging van speelruimtes, kooien en speelmateriaal met een chloorhoudend product(bleekwater) wordt aanbevolen. Het is duidelijk dat dit erg arbeidsintensief is en bij een grote hoeveelheid fretten een haast onmogelijke taak is. Het is dan ook zeer belangrijk om geïnfecteerde fretten, of vanuit een besmet gebied niet te mengen met gezonde dieren, om een uitbraak van dit virus zo veel mogelijk onder controle te kunnen houden.


Momenteel lijkt het in Nederland rustig te zijn, maar in Groot Brittannië is er sinds een klein jaar een enorme uitbraak aan de gang. Helaas zijn er dieren geëxporteerd die dragers van het virus waren en zodoende zijn er al andere Europese landen die momenteel met heftige uitbraken te kampen hebben, waaronder Denemarken en Spanje.

Communicatie tussen frettenhouders en dierenartsen onderling is belangrijk. Wees open en eerlijk over je besmettingen, om een (inter)nationale epidemie te voorkomen. Momenteel worden in Groot Brittannië en Denemarken alle besmettingen in kaart gebracht, met naam en toenaam. Dit om mogelijke verdere verspreiding te voorkomen. Het is inmiddels bekend dat her-besmettingen kunnen plaatsvinden. Na hoeveel tijd is nog niet helemaal duidelijk.



Een te laag bloedsuiker… wat wil dat zeggen?

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts

De Frettenkliniek te Giessen



Regelmatig krijg ik bloeduitslagen onder ogen waarbij een te laag bloedsuiker bij een fretje is geconstateerd. Vaak wordt het diertje dan direct verdacht van het hebben van insulinomen, dat is echter lang niet altijd het geval.


Wat zijn insulinomen


Dit zijn hele kleine tumortjes in de alvleesklier die teveel insuline produceren waardoor het bloedsuiker daalt. De tumortjes zaaien slechts zelden uit en blijven vaak erg klein (speldenknop) maar door de productie van de grote hoeveelheid insuline zijn ze gevaarlijk voor het fretje. Insuline doet namelijk het bloedsuiker dalen. Bij een te laag bloedsuiker zal het fretje geleidelijk (in een aantal maanden) slomer worden, meer gaan slapen en afvallen. Er zijn kortdurende periodes van zwakte in de achterhand waardoor het fretje omvalt. Soms staart het diertje enige tijd in de ruimte alsof het even “van de wereld” is. Door de toename van maagzuur kan het diertje misselijkheids tekenen gaan vertonen. Uiteindelijk zal het fretje na enige tijd overlijden. Het is een langzame progressieve aandoening.


Wat zijn andere redenen voor een te laag bloedsuiker?


1. Een belangrijke reden van een laag bloedsuiker is de manier van meten. Niet elke dierenarts kan gemakkelijk (zonder narcose) een redelijke hoeveelheid bloed afnemen bij een fretje. Vaak wordt dan een humaan bloedsuikermetertje gebruikt, waar slechts een druppel bloed voor nodig is. Deze apparaatjes meten in capillair volbloed en geven daardoor een lagere bloedsuiker waarde aan dan de waarde die wordt gemeten in veneus plasma zoals dat in de grotere analyse apparatuur in de dierenkliniek of de laboratoria wordt gemeten. Deze waarde dient dan ook altijd omgerekend te worden! Niet iedere dierenarts is hiermee bekend. In het afgenomen bloed moet het bloedsuiker direkt gemeten worden anders wordt het bloedsuiker opgenomen door de rode en witte bloedcellen en daardoor lager dan in werkelijkheid.

2. Een andere belangrijke oorzaak van een laag bloedsuiker bij fretten is een verminderde opname bij chronische maag-darmpatienten. Het bloedsuiker is dan meestal matig verlaagd maar als het bloedsuiker wordt gemeten met een humaan apparaatje kan de waarde erg laag lijken.

3. Ook patienten met een leverprobleem kunnen een laag bloedsuiker hebben. Na een maaltijd wordt bloedsuiker geabsorbeerd in de dunne darm en wordt daarna grotendeels als glycogeen opgeslagen in de lever en de spieren. Indien nodig komt bloedsuiker vrij uit dit weefsel (via glycogenolyse) om een goede bloedspiegel te houden.

4. Indien er sprake is van een sepsis (bloedvergiftiging) is het bloedsuiker vaak behoorlijk verlaagd door een toename van het gebruik in de weefsels en een verminderde aanmaak.

5. Levertumoren, tumoren van de (gladde) spieren of tumoren van de bloedvaatjes verbruiken veel bloedsuiker waardoor ook lage waarden gemeten kunnen worden.


Wat zijn normale en wat zijn afwijkende bloedsuiker waarden:


Normaliter is het bloedsuiker (gemeten in bloedplasma) bij een gezonde fret tussen de 5,2 mmol/L en 7,5 mmol/L. Een bloedsuiker tussen de 4 mmol/L en de 5,2 mmol/L is afwijkend er verdiend nader onderzoek. Dit kan veroorzaakt worden door diverse bovenstaande aandoeningen. Een bloedsuiker onder de 4 mmol/L gemeten bij een oudere fret, in combinatie met symptomen die overeenkomen met de ziekte insulinomen, waarbij andere oorzaken zijn uitgesloten en gemeten op de juiste wijze… is een waarde die sterk kan wijzen op de aanwezigheid van insulinomen.

Let op: Indien het bloed is gemeten via een druppel bloed met een humaan bloedsuikermetertje dan kan de waarde erg misleidend zijn indien deze niet wordt omgerekend. Een gemeten waarde van 2,7 mmol/L is namelijk sterk afwijkend maar omgerekend is deze 4 mmol/L en die waarde is niet dramatisch laag.


Wat te doen bij een laag bloedsuiker:


Indien een laag bloedsuiker wordt gemeten is altijd een volledig lichamelijk onderzoek op zijn plaats en vervolgens een volledig bloedonderzoek. Hiermee kunnen de diverse mogelijke oorzaken van het lage bloedsuiker worden onderzocht. Bij een laag bloedsuiker ten gevolge van maagdarmaandoeningen is het van belang om die oorzaak eerst aan te pakken.


Image.jpeg


Indien het lage bloedsuiker wordt veroorzaakt door insulinomen hangt de behandeling af van de waarde van het bloedsuiker, de mate waarin het fretje symptomen laat zien van het lage bloedsuiker en de leeftijd van het fretje. Indien het bloedsuiker nog boven de 4 mmol/L blijft en het fretje geen klachten heeft van een te laag bloedsuiker wordt eerst geprobeerd dit met aangepaste voeding op te vangen. Het bloedsuiker wordt dan elke 1-3 maanden gecontroleerd. Fretten onder de leeftijd van 7 jaar met een bloedsuiker lager dan 4 mmol/L, met klachten passend bij een te laag bloedsuiker maar verder gezond, zijn het meest gebaat bij een operatie waarbij de insulinomen worden verwijderd. Zie voor nadere informatie de website van de frettenkliniek. Indien geen operatie mogelijk is kan het beste gestart worden met een lage dosis Proglycem® (diazoxide). Door regelmatig elke 1-2 maanden het bloedsuiker te bepalen wordt deze dosis langzaam verhoogd en in het laatste stadium uitgebreid met een lage dosis prednison. De fretten “slijten” erg door deze medicatie en het regelmatig te lage bloedsuiker, ze worden steeds slomer en magerder en zullen uiteindelijk overlijden.


Nieuw onderzoek

In de Frettenkliniek starten we binnenkort met een onderzoek naar het gebruik van de frucosamine bepaling in het bloed bij fretten. Fructosamine is een verzamelnaam voor een aantal eiwitten waaraan bloedsuiker wordt gebonden. De hoeveelheid fructosamine in het bloed is een maat voor de gemiddelde bloedsuikerwaarde gedurende twee tot drie weken voorafgaand aan de meting. Hiermee kunnen we mogelijk het gebruik van medicatie bij de ziekte insulinomen beter reguleren. De waarde van fructosamine is afhankelijk van de hoeveelheid eiwitten in het bloed, fretten hebben regelmatig een verlaagde hoeveelheid eiwitten in het bloed waardoor de interpretatie van het gemeten fructosamine zorgvuldig bestudeerd zal moeten worden.

Longwormen

Door: Hanneke Roest, frettendierenarts.

De Frettenkliniek te Giessen


Onlangs is in Nederland tijdens een sectie bij een fret longworm (Aelurostrongylus Abstrusus) gevonden. Het is een haarvormige worm van ongeveer 7 tot 10 mm die voornamelijk bij de kat is aangetoond. Longwormen bij fretten zouden veel vaker kunnen voorkomen dan tot nu toe gedacht werd.


Aelurostrongylus abstrusus-1414DE3DB9914D54806.jpg


Fretten kunnen zich besmetten door het eten van met longworm larven besmette slakken of door het eten van (wilde) muizen, vogels of kikkers die deze slakken hebben gegeten. De door de fret opgegeten larven doorboren de darmwand en gaan via de bloedbaan naar de longen. Daar worden ze volwassen en beginnen na 4 weken met het produceren van eitjes. Deze eitjes komen uit in de longblaasjes waarna de larven worden opgehoest en doorgeslikt en via de ontlasting weer in de buitenwereld komen. De larfjes kunnen worden opgenomen door kikkers, slakken, kleine knaagdieren en vogels, waar ze zich verder ontwikkelen tot besmettelijke larfjes die weer door een volgende fret of kat kunnen worden opgenomen. Zes weken na een infectie kunnen bij katten de eerste larfjes dan weer in de ontlasting gevonden worden.


Verschijnselen

Waarschijnlijk verloopt een infectie met longworm meestal subklinisch. Dat wil zeggen dat de fret er geen verschijnselen van heeft. Sommige fretten kunnen wel klachten krijgen. Deze klachten passen vaak bij keelontsteking en bronchitis verschijnselen, zoals hoesten en kokhalzen. Bij lichamelijk onderzoek is de keel vaak gevoelig. Er kan veel slijm worden opgehoest.


Diagnose

Bij fretten die hoesten kunnen longfoto’s worden gemaakt maar daar veel fretten afwijkingen in de longen vertonen is dit niet bewijzend. Met onderzoek van de ontlasting is de diagnose wel met zekerheid te stellen. Verse ontlasting wordt ingezet in een zogenaamde Baermann test. Hierbij wordt gekeken of er larfjes in de ontlasting zitten. Vals negatieven uitslagen kunnen voorkomen doordat de fret al klachten heeft voordat de volwassen wormen eitjes hebben gelegd of omdat de larven niet elke dag via de ontlasting worden uitgescheiden. Daarom is het verstandig om een aantal keren deze test te laten uitvoeren. Ook is het mogelijk om larven aan te tonen in sputum monsters die onder narcose uit de keel of luchtpijp worden verkregen.


Naaktslak.jpg


Behandeling

Longworminfecties bij de kat en fret zijn heel goed te behandelen met een ontwormmiddel. Een pipet Advocate® voor de kleine kat, kan in de nek van de fret gedruppeld worden en is voldoende. De in de longen aanwezige wormen worden hierdoor gedood. Het duurt een paar weken voor het hoesten is verdwenen. Fretten die buiten komen en (naakt)slakken eten kunnen het beste preventief 2x per jaar worden behandeld met dit middel.